Talitha ging eens hardlopen

hardlopen lopen

Talitha ging eens hardlopen

Ik ben niet gemaakt om te hardlopen. Sowieso niet om te sporten in het algemeen. Ik heb het nooit leuk gevonden, ik ben er nooit goed in geweest, ik ben absoluut niet competitief en dankzij mijn moeders goede genen bezit ik zo’n snel metabolisme dat ik nog nooit één overbodige kilo heb gehad. Als kind deed ik al niet aan naschoolse sport. Ik had er geen nood aan. Bovendien ben ik niet sociaal genoeg om niet helemaal depressief te worden van welke teamsport dan ook. Ik was nu eenmaal een boekenkind. Lezen is dan ook bij uitstek de meest asociale vrijetijdsbesteding die er bestaat.

Vorige zomer verbaasde ik echter vriend, vijand en eigenlijk ook mezelf wel een beetje door te verkondigen dat ik wekelijks zou gaan hardlopen. Volledig vrijwillig. Dat ik ineens na al die jaren besloot dat er toch maar eens een conditie moet gekweekt worden, had verschillende oorzaken. Enerzijds lag een gezonde dosis angst aan de basis: de laatste tijd verscheen er net iets te vaak in de krant hoeveel jaar eerder je dood gaat door elke dag als een zak aardappelen op diverse stoelen, banken en bedden te liggen wegschimmelen. Zitten is het nieuwe roken, weet je wel. Anderzijds was ik toen nog student, en dan doet een mens soms al eens gekke dingen om toch maar niet aan de scriptie te zitten.

Mijn eerste dappere poging was helaas niet zo’n doorslaand succes. Blijkbaar heeft het toch wel enigszins effect op je conditie als je sinds de verplichte gymuurtjes op de middelbare school niet meer beweging hebt gehad dan dagelijks van en naar de tramhalte lopen. Wie had dat kunnen denken? Weer wat bijgeleerd. Het begon me voor het eerst een beetje te dagen toen mijn al zes jaar van elke vorm van intensieve beweging gedepriveerde lijf na ongeveer twee minuten lopen halfdood ten gronde zeeg.

Nadat ik mezelf enigszins weer bijeen had geraapt was er maar één in neonroze lycra gehulde morbide obese vrouw die me met gemak voorbijstak nodig om mijn zelfvertrouwen volledig tot nul te reduceren. Ik had wel een piekmomentje wat snelheid betreft toen een groepje enge kerels me net iets té graag wilden helpen met sporten. Tip: voor je gaat hardlopen is het handig om even te checken of die ouwe zwarte legging nog niet doorschijnend is geworden ter hoogte van je kont.

Toen ik eenmaal een jogger met sigaret in de bek zag opduiken, was ik er echt helemaal klaar mee. Slaat nergens op, dat hardlopen. Regelrecht naar huis gerend. En dan nog dagen met spierpijn op de bank gelegen. Nee, dan heb ik nu toch een veel beter sportproject bedacht: touwtje springen voor de TV met Netflix. Dat is echt oneindig veel meer mijn ding.

Dit is een herwerkte versie van een column die eerder bij Leids Universitair Weekblad Mare verscheen. Sindsdien doe probeer ik elke week trouw pilates en yoga te doen. Het is dus helemaal goed gekomen met me.

Geef een reactie