Brief aan mijn zestienjarige zelf: deel 2

Liefste zestienjarige Talitha,

ik ben pas de laatste paar jaar gaan beseffen wat voor bijzondere puber jij eigenlijk bent.

Goed, op het vlak van onzekerheid en jezelf stoerder voordoen dan je bent, ben je een compleet doorsnee zestienjarige. Wat betreft lelijke kleren ook. Je muzieksmaak daarentegen, mag er nog steeds best wel wezen. Ook tien jaar later. #smashingpumpkinsforever #arcticmonkeysforever #envooruitjablink182vandestijdsookwel

Waar ik eigenlijk op doel is je zelfstandigheid. Zelfs als onzekere zestienjarige kan je fenomenaal goed je plan trekken. Je gaat probleemloos alleen shoppen of naar de film, als jij daar zin in hebt maar je vriendinnen geen tijd hebben. Je vermaakt je prima all by yourself. En al op zestienjarige leeftijd beslis jij na één schooluitstapje (van een halve dag) naar Amsterdam dat je daar gaat wonen. In je eentje.

Je ouders hebben al snel door dat het je menens is. Zo ben je nu eenmaal. Je beslist heel snel en heel makkelijk dat je na de middelbare school aan de Universiteit van Amsterdam gaat studeren. En dat het literatuurwetenschap wordt. Het duurt nog anderhalf jaar voor je werkelijk verhuist, maar je hebt er nooit een seconde aan getwijfeld. Het voelt als de juiste keuze voor jou, dus de rest boeit niet.

Niet het feit dat je daar helemaal niemand kent. Niet het feit dat je er nog maar één keer bent geweest. Niet die ene leraar die laatdunkend beweert dat het Nederlandse onderwijs niks voorstelt. Ook niet die andere leraar die beweert dat het Nederlandse onderwijs juist extreem moeilijk is. Geen enkele schampere blik van mensen die meteen vragen: “Is het hier niet goed genoeg misschien?!” En zelfs niet het feit dat je enige echte relatie tot dan toe, met je high school sweetheart, daardoor ten einde zal komen.

Het maakt je allemaal niks uit. Dit is wat jij wil doen. Dus ga je het doen. Gelukkig heb je fijne ouders die je die kans willen geven en je overal bij steunen. Dat zal sowieso wel geholpen hebben bij het ontwikkelen van zoveel standvastigheid en ambitie op een best wel jonge leeftijd.

Want ambitie heb je. Je gaat niet naar Amsterdam om daar op te gaan in de massa. Je wil dingen bereiken. Zoveel mogelijk zien, leren, proeven. Je bezit een onstuitbaar enthousiasme en oprecht geloof in de toekomst. Dat alles sowieso wel goedkomt. Eenmaal in Nederland bouw je alles zelf op: een heel leven, waar je na acht jaar nog steeds de vruchten van plukt. Als zesentwintigjarige snap ik pas hoe indrukwekkend het eigenlijk is dat je als zestienjarige al zó zeker wist wat je zou gaan doen, en dat een jaar later gewoon hebt gedaan.

Hoe je alles zelf hebt uitgezocht, ook. Jou is geen handige studiebeurs of een keurig afgehandeld Erasmus-pakketje voor ‘immigreren in het buitenland’ in de schoot geworpen. Van toelating als buitenlandse student aan de universiteit tot het vinden van een studentenkamer in Amsterdam (de hel!) en inschrijven als inwoner van Nederlander: alles heb je zelf uitgezocht, doorgelezen, ingevuld en geregeld. Waar Vlaamse studenten in hun eerste jaar nog elk weekend naar huis gingen met hun vuile was en terugkeerden met Tupperware vol spaghettisaus van mama, heb jij je eigen boontjes moeten doppen. Maar goed, nu dwaal ik af naar de toekomst.

En laten we eerlijk wezen, als zestienjarige kan je (letterlijk) nog geen ei koken en moet je tijdens je vakantiejob nog naar je mama bellen om te vragen hoe je dat eigenlijk moet doen, dweilen. Dus zó zelfstandig ben je ook nog niet.

Maar wel nieuwsgierig. Nog niet meteen naar de rest van de wereld – zestien is ook wel een beetje jong om al op wereldreis te vertrekken – maar wel zeker naar de rest van het land. Waar al je leeftijdsgenoten nog elke vrijdag in precies hetzelfde café in Ieper rondhangen met precies dezelfde mensen, ben jij daar al snel op uitgekeken. Op festivals maak je er telkens een punt van om niet enkel met je vaste vriendengroepje rond te hangen, maar ook altijd andere mensen te leren kennen. Van elk festival hou je uiteindelijk wel één of twee nieuwe vrienden over. Van over het hele land. Die je vervolgens gaat bezoeken. Zo ben je als zestienjarige in het weekend even vaak in Ieper als in Kortrijk, Gent, Brussel, Leuven en Antwerpen te vinden. Die vrienden hebben namelijk vrienden die ook weer jouw vrienden worden. Zo heb je een netwerk over het hele land.

Daarom hang je helemaal niet vast aan je geboortestad of de mensen die er wonen. En vind je Leuven en Gent allang niet meer interessant of spannend als je eenmaal over je studiekeuze begint na te denken. Been there, done that, already kissed the gorgeous university boy in de fakbar.

Ik ben zo blij met en zo trots op die evolutie die je zó vroeg al hebt doorgemaakt. Wat daardoor ben je altijd over de grenzen blijven kijken. Van je eigen stad, provincie én land. Het heeft je op het juiste pad gezet voor de beste beslissing van je leven. Want uiteindelijk is daar de dag dat je Amsterdam ontdekt.

Bam. Op slag verliefd. Halsoverkop. Op de stad. De grachten. De mensen. De cultuur. Alles.

En dan begint de rest van je leven.

5 thoughts on “Brief aan mijn zestienjarige zelf: deel 2

  1. Insert dramatic music in my ears again 😉 Nee, even serieus, ik vind inderdaad dat je daar best trots op mag zijn! Ik was op mijn achttiende inderdaad nog wauw’ed door de fakbars en de Oude Markt in Leuven haha! De interesse voor de wereld kwam daarna pas en gelukkig is drieëntwintig al niet meer zo bijster jong om op wereldreis te gaan 😉

    1. Een zestienjarige die tijdens haar vakantiejob naar de mama belt om te vragen hoe ze moet dweilen is natuurlijk ook wel redelijk tragisch en worthy of een dramatisch muziekske.

  2. Superstoer! Ik heb mijn master in Amsterdam gedaan, maar toen woonde ik al samen in Utrecht (en dat is maar een kwartier met de trein van waar ik vandaan kom). Ik denk trouwens wel dat je zestienjarige zelf vreemd gaat opkijken van die hekjes, of bestonden er toen wel al hashtags? 🙂

Geef een reactie