“Oh ja, dat heb ik op je blog gelezen…”

Een tijdje geleden schreef Irene over wat zij ‘blogschaamte’ noemt. Oftewel: het ongelofelijk ongemakkelijke gevoel dat je als blogger vaak krijgt als iemand in real life ineens je blog vermeldt. Ik heb in de comments onder die post een heel epistel vol uitroepen van herkenbaarheid gedeponeerd, omdat ik hier ook keihard last van heb.

Hoewel ‘schaamte’ niet echt het juiste woord is. Want als ik me voor deze blog zou schamen, zou hij niet mijn naam dragen, laat staan dat mijn smoelwerk jullie dan bij elk bezoek zo pontificaal op de rechterkant van het scherm zou aanstaren. Of ja, onderaan, voor alle mobile millennials. Maar toch is er een pertinente soort ongemakkelijkheid. 

Deze week flapte ik er op mijn werk uit dat ik een blog heb en, hup, iedereen in de ruimte ging ‘m meteen googelen. Uiteraard. Had ik niet zo handig ingeschat, maar ach, dacht ik, dat ding staat toch op de wereldwijde interwebz om gevonden en gelezen te worden door pretty much anyone? Dan is het eigenlijk gewoon prima als mensen die ik ken ‘m ook lezen. En toch. Toch vond ik het eventjes razend ongemakkelijk. Maar ik snapte niet meteen waarom ik me zo voelde. Niet omdat ik dacht dat ze het slecht zouden vinden of dat ze er nare dingen over zouden zeggen. Mijn collega’s zijn wel zeker zo lief dat ze er pas kutdingen over zouden zeggen als ik eenmaal de kamer ben uitgelopen (toch, Anna?!).

Ook niet per se omdat er gevoelige dingen op staan. Ik probeer wel wat vaker kwetsbaarder te zijn, in alles, en dus schrijf ik hier af en toe over dingen als mijn grootste onzekerheid en die keer toen ik zomaar ontslag nam en me een dikke vette failure voelde. Beide stukken zijn later gepubliceerd bij online magazines met samen een paar honderdduizend lezers, dus daar ging ik al een beetje met de billen bloot. Maar kwetsbaarheid betekent ook dat soort dingen kunnen delen met mensen in je leven. Dus heb ik beide artikelen destijds via social media gedeeld. Vond ik oprecht heel erg eng. Maar niet zo cringey ongemakkelijk als ik deze ‘blogschaamte’ ervaar, dus daar ligt het niet aan.

Het is ook niet omdat er dingen op deze blog zouden staan die men niet mag lezen. Ik hou bij het publiceren namelijk wel altijd in m’n achterhoofd dat vrienden, familie, collega’s en kennissen m’n blog prima kunnen vinden. En hoewel dit compleet mijn eigen virtuele plekje is, wil ik er nooit iemand mee kwetsen. Dus noem ik bijvoorbeeld nooit namen. Behalve van collega-bloggers, of toch als ze niet anoniem bloggen. Ik weet namelijk lekker wel wie Sam is, maar ik ga dat niet aan jullie neus hangen. Tenzij ze ooit iets gemeens over mij schrijft of weigert om pizza met me te delen next time I see her, of zo – obviously. Ik probeer real life stories ook zo laat en/of vaag te vertellen dat niemand er zichzelf of iemand anders in kan herkennen.

Maar. Daar zit denk ik wel de crux. Er is niets menselijkers dan overal jezelf in herkennen. People relate everything to themselves. “You probably think this song is about you”, en zo, weet je wel. Ik merkte dat ik – hoewel ik 100% zeker ben dat er nog nooit iets aanstootgevends, kwetsend of revealing voor mensen in mijn leven op deze blog is verschenen – wel meteen mentaal door m’n posts ging scrollen om het vanuit hun individuele perspectief te bekijken. Want hoewel ik de volledige controle heb over hoe ik iets vertel, heb ik nul invloed op de manier waarop lezers dat interpreteren. Daarbij is een vage vertelwijze dan weer nadelig. En zo had ik ineens allerlei invulgedachten, genre “Oei, ik hoop dat collega X niet gaat denken dat die post die ik 3 weken geleden heb geschreven maar nu pas online staat over haar gaat want het lijkt wel een beetje op iets wat ze 6 maanden geleden zei.”

Zo stond net de post met mijn ergernissen online. Het is al de derde keer dat ik zo’n lijstje publiceer en hoewel ik een eindeloze reeks aan pet peeves (en hekel aan mensen) heb, pen ik zo’n ding niet even in vijf minuten bij elkaar. Dat lijstje groeit organisch over een paar weken tijd, waarbij ik af en toe een snelle notitie maak als iets me te binnen schiet, tot er voldoende irritante klotedingen zijn om een nieuw deel van deze gezellige rubriek te publiceren – want zo’n positieve, inspirerende blogger ben ik natuurlijk wel. Goed, dan staat dat online. En gaan mijn collega’s dat lezen. En staat er bijvoorbeeld: “Mensen die mijn laatste stuk kauwgum opeisen.” Laat ik dan net de voorbije week mijn laatste stuk aan een collega hebben gegeven. Heh, awkward.

Maar dus eigenlijk niet, want daar ging dat punt totaal niet over. Ik heb namelijk alleen een gloeiende hekel aan mensen die dat stuk zelf opeisen. In plaats van dat ze het beleefd vragen, completely unaware dat het m’n laatste stuk is, waarna ik lekker ruimhartig en altruïstisch en zo kan doen door het toch, graciously as fuck, aan te bieden, omdat collegialiteit bij mij DUIDELIJK boven mijn eigen noden gaat. Like, ontneem mij die kans niet door het zelf te eisen, laat mij verdomme gewoon shinen!!! Enfin, dat hele verhaal eromheen typ ik niet, maar moet ik er in real life ineens wel bij vertellen. Dan is er ineens context nodig, bij alles, om niemand zich aangesproken te doen voelen.

En dat is het pijnlijke punt, denk ik. Die context. Mijn blog heeft nooit alle relevante context voor every single individual in mijn leven. Ik kan niet op elke interpretatie of gedachte of ervaring van iedereen die mij kent en dit leest anticiperen. En dat wil ik ook niet. Het fijne aan schrijven voor onbekenden is dat ik me daar totaal niet mee moet bezighouden. Ik vertel de stukjes die mijns inziens relevant zijn, no harm in that. Tot mensen uit het echte leven je posts gaan analyseren en fileren en scrutinizeren (is een woord, vind ik). En dan schiet je vrijwel altijd in een verdedigingsmodus, want neen, 99,9% van mijn blog GAAT NIET OVER JOU. It just really, really, really doesn’t. En als het wel over jou gaat, bedoel ik het nooit slecht. En als ik het wel slecht bedoel en wil schrijven over hoe kut je die keer tegen mij deed, dan schrijf ik er op zo’n manier over dat jij nooit zal weten dat het over die keer gaat. Dus het maakt niet uit.

Bij mij heeft het kortom heel erg te maken met mijn complete onwetendheid over hoe mensen in mijn leven de dingen die ik schrijf zullen interpreteren. Dat, in combinatie met mijn spectaculaire talent voor invulgedachten, veroorzaakt mijn blogschaamte. Of ja, blogongemakkelijkheid. Mijn blog cringe. En gezien ik daar zelf vrijwel niks aan kan doen, zal dat altijd wel zo blijven.

Ga ik daar anders door bloggen? Nahh. Ik weet dat ik niets schrijf dat écht verkeerd kan opgevat worden. Allez, behalve misschien over Sam.

(Puur ter info: ik hou van pizza caprese.)

Hoe ervaren jullie dit, als je er al last van hebt? In het bijzonder long time bloggers: hoe dealen jullie daar in godsnaam mee? Is dit waarom sommige mensen ervoor kiezen om anoniem te bloggen? Ik ben benieuwd naar jullie meningen!

15 thoughts on ““Oh ja, dat heb ik op je blog gelezen…”

  1. Je beschrijft hier eigenlijk perfect hoe ik me voel. Ik schaam me niet voor mijn blog want ik ben wel bewust bezig met wat ik online gooi, maar ik voel me er dus wel heel vaak ongemakkelijk door. Mocht ik me effectief schamen voor iets, dan zou ik het uiteraard niet op mijn blog zetten. Of dan zou mijn blog in eerste instantie al niet bestaan. Dat ongemakkelijke komt inderdaad van het niet weten hoe mensen alles gaan interpreteren. Zo heb ik een tijdje geleden wat meer over make-up geschreven (want dat vind ik nu eenmaal interessant, #sorrynotsorry) en kreeg ik via via te horen dat er een familielid het écht niet vond kunnen dat ik daar zoveel over schreef. Zulke dingen waren zogenaamd ongepast om op het internet te zetten. Moest ik me toen schamen? Hell, nee! Als ik over make-up wil schrijven dan doe ik dat toch gewoon?! Er bestaan wel ergere dingen in het leven. Maar voelde ik mij er ongemakkelijk bij? Ja. Vreselijk. Nog steeds trouwens. Ik vertel mensen irl daarom ook niet dat ik een blog heb. Puur om zulke situaties te vermijden eigenlijk. Op zich wel jammer, maar momenteel voel ik mij daar beter bij.

    1. Allez zeg, make-up. Datgene wat tientallen miljoenen vrouwen ter wereld dagelijks op hun gezicht smeren. Hoe durf je daarover schrijven, Sarah, ZO VULGAIR ENAL?!?!
      Met andere woorden: hell no dat je je ervoor moet schamen of anders moet gaan bloggen! Maar yep, ik snap de ongemakkelijkheid. Je wordt toch soort van op je plaats gezet ofzo. Horen dat iemand iets wat je doet zo keihard afkeurt is gewoon voor niemand fijn. Maar dat betekent absoluut niet dat ze gelijk hebben. Nu kan ik me wel niet inbeelden dat er nog andere mensen op de planeet rondlopen die een dergelijke reactie zouden hebben op je blog, maar enfin. Ik snap dat je alsnog niet uit jezelf gaat verkondigen dat je een blog hebt, want ik doe dat ook niet.

  2. Ja, dat herken ik wel. Ik blog nog niet heel lang, dus veel opmerkingen heb ik nog niet gekregen. Wel vraag ik me soms af hoe (kleine) Youtubers zich dan moeten voelen, dat lijkt me nog wel wat intiemer (want, bewegend beeld aaah). Anderszijds probeer ik ook wel zo veel mogelijk schijt te hebben (ik heb een stuk geschreven over okselhaar, en zie dat dat veel aangeklikt wordt zonder dat erop wordt gereageerd, en mensen daarmee toch enigzins shockeren vind ik wel een leuk idee moehahaha)

  3. Ja, dat herken ik wel. Ik blog nog niet heel lang, dus veel opmerkingen heb ik nog niet gekregen. Wel vraag ik me soms af hoe (kleine) Youtubers zich dan moeten voelen, dat lijkt me nog wel wat intiemer (want, bewegend beeld aaah). Anderszijds probeer ik ook wel zo veel mogelijk schijt te hebben (ik heb een stuk geschreven over okselhaar, en zie dat dat veel aangeklikt wordt zonder dat erop wordt gereageerd, en mensen daarmee toch enigzins shockeren vind ik wel een leuk idee moehahaha)

  4. I feel ya 😉 Ik blog nu een tweetal jaar en het is pas sinds kort dat er enkelen uit de familie en vriendenkring het te weten gekomen zijn. En dan nog eigenlijk niet doordat ik het hen zelf gezegd heb. Aan de andere kant: ze reageren 0.0 keer op de blog, op IG etc., maar wees maar zeker dat als je een keer iets vertelt dat je hebt meegemaakt ze nogal pinnig zeggen ‘Ahja, ik heb da gezien op ’t internet’ *eyeroll*.
    Ach… ik probeer me er zo weinig mogelijk van aan te trekken en gewoon mijn ding te doen. Staat het hen niet aan kunnen ze ook gewoon wegklikken 😉

  5. Herkenbaar. Ik weet niet eens precies wat het is dat het zo awkward maakt. Die opmerking komt ook vaak uit verrassende hoeken. Bijvoorbeeld de aanhang van de vrienden van mijn vriend. Ik zie hen helemaal niet vaak, maar ze weten dan opeens precies waar ik op vakantie ben geweest. En ongetwijfeld weten ze dan meer.

  6. Zo aan het gniffelen om dat laatste. Bloggen is blijkbaar heel geschikt om pizza’s af te troggelen. Maar hé chanteren is niet hetzelfde als eisen en het is waarschijnlijk ook niet haar laatste stukje pizza. 😉

    Ik sta er soms wel bij stil maar ga er niet anders door bloggen. In de meeste van mijn posts zijn het ook boeken die de hoofdrol spelen dus ik vermoed dat de kans daardoor kleiner is dat ik iemand persoonlijk kan krenken. Behalve natuurlijk wanneer ik iemands lievelingsboek maar niets vind. Die paar keren dat ik dan wel iets persoonlijkers deel merk ik wel dat ik het een beetje spannend vind. Gelukkig heb ik tot nu toe nog geen verbale afrekeningen teruggevonden tussen de reacties.

  7. Ik herken het heel fel maar dan op andere vlakken. Ik word heel verlegen als mensen mij aanspreken op feestjes over mijn blog. En ze dan de pieren uit mijn neus vragen hoe alles in elkaar zit. “Hoeveel verdient dat?”
    Maar waar ik mij het meest aan erger is de standaardzin “Aja ik heb dat gelezen op je blog/gezien op instagram” zodra ik nog maar één zin heb gesproken. Bye bye funny anekdote. En plots ben ik de stillere vriendin geworden; want je tstaat toch allemaal op t internet.

    En 0,0 likes/ comments krijgen van die mensen hé. Shame on you!

  8. Note to self: delete gemene blogpost over Talitha. Hahaha, een stuk pizza met geitenkaas kunt ge krijgen, maar da’s ook al!!! Via via hebben een paar mensen uit mijn omgeving mijn blog wel gevonden (thanks Instagram-algoritme) en ik zag die dag echt elke blogpost opengeklikt worden. Allemaal. Op een uur tijd of zo. Hahaha, toen wilde ik echt door de grond zakken.

  9. Ik heb járen anoniem geblogd. Mijn eerste alter ego werd ontdekt door een collega, omdat ik zo stom was geweest om te bloggen op het werk op een gemeenschappelijke computer en die mens had niks beters te doen dan door de browserhistoriek te gaan. Ik was zo beschaamd dat ik die blog meteen toegegooid heb en daarna heb ik een jaar of zeven-acht onder mijn tweede alter ego geblogd, ook anoniem want ik schreef nogal persoonlijk en ja ook over andere mensen. Ik was als de dood dat iemand van familie, vrienden of collega’s erachter zou komen!
    Dat heb ik een jaar geleden stopgezet omdat ik anders wou gaan bloggen, zonder remmingen, terwijl ik ook niet te onpersoonlijk wou gaan bloggen, enfin, het moest een goeie mix worden en ik denk dat dat wel gelukt is. Maar ik blijf met de schrik zitten dat mensen dingen fout gaan interpreteren of persoonlijk nemen dus soms denk ik wel eens “oei als ons moeder dit zou lezen” maar dan denk ik: ten eerste leest ze uw blog zelden en ten tweede who cares, ge bedoelt het niet zo en eender wie kan dit verkeerd opvatten en dan is dat maar zo. Ik probeer gewoon niet meer té veel na te denken over wie wat hoe leest, want anders loopt dat schrijven helemaal strop zie je.

    1. Precies dat, ja. Ik zet het ook zo vaak mogelijk uit mijn hoofd. Je kan niet met iedereen z’n gekke hersenkronkels rekening houden, and why should you? Maar als ze het dan plots en plein public naast je zitten lezen, is dat ineens ietsje moeilijker 😉

  10. Kwestie van eens op een oude blogpost te reageren: heb je tips voor peoples zoals ik die al lang met het idee rondlopen om te bloggen maar koudwatervrees hebben als het gaat om zaken en plein public delen op het wereldwijde web? Ik heb veel goesting en ideeën maar voorlopig ontbreekt mij nog de courage om ook daadwerkelijk iets online te zetten. Want ohwmahot iedereen kan dat dus wel lezen hé! Ook mijn schoonmoeder en mijn high school crush en mijn intimiderende collega. Niet dat ik mijn intiemste dagboek online wil gooien, maar ik ben gewoon heel erg introvert en ik vind andere mensen over het algemeen eng. Dus zit ik intussen al een halfjaar draft posts te maken en blogtitels te bedenken (ZO moeilijk) zonder er effectief aan te beginnen. Had jij dat ook?

    1. Hm, ik ben er redelijk onbezonnen aan begonnen. Ik heb er niet te veel bij stilgestaan en die blog gewoon gemaakt én zelfs meteen op al m’n social media gesmeten! Ik was toen namelijk ook niet echt van plan om er een superpersoonlijke blog van te maken. Meer columnachtige stukjes en zo. Dus het hangt ook wel af van waar je over wil gaan schijven, denk ik. Na een tijdje werd m’n blog wel persoonlijker en begon ik dus alles hierboven te ervaren en ook steeds rekening te houden met de schoonmoeders/high school crushes/intimiderende collega’s, en toen heb ik alle links tussen m’n social media en m’n blog verwijderd. Sindsdien hou ik ze ook afgescheiden van elkaar. Enfin, je kan me nog steeds wel makkelijk vinden, maar ik hou m’n blog nu voor mensen die ‘m echt willen lezen en niet meer voor alles en iedereen die ik ken en zich efkes vijf minuten vervelen op Facebook en dan maar gaan rondklikken.
      Maar goed, je kan je blog zo anoniem of en plein public maken als je wil he. Je hoeft niet per se je naam en je hoofd er zo pontificaal op te kwakken als ik zo bescheiden heb gedaan 😉 ben wel benieuwd naar je blog als je je courage bijeen hebt geraapt, ik denk dat je leuk schrijft! Drop a link als het zover is 💪

Geef een reactie