Mijn boeken van 2018 (deel 1)

Tja, sinds ik voor de kost elke dag bezig ben met woorden en verhalen en concepten en vaak thuiskom met een brein dat meer op appelmoes lijkt dan een goed functionerend organisch besturingssysteem, lees ik duidelijk een pak minder dan vroeger. Boeken, that is, want ik ben #nevernotreading. Ik lees alles. Altijd. Overal. Elke dag de krant en nieuws uit de reclamesector, maar net zo goed de flyers in de brievenbus, de kleine lettertjes op elke poster in de tram en de achterkant van het pak melk op tafel. En dan heb ik nog een abonnement op HUMO en Quest, die ik elke keer weer tot de laatste letter lees. (Soms drie weken later, omdat ik er geen tijd voor heb gehad, maar toch.)

Maar boeken, daar kom ik niet zo vaak meer aan toe. Of toch niet zo vaak meer als vroeger. En in 2018 is het al helemaal gene vette geweest qua literatuur. Ik heb een hoop luchtigheid gelezen, maar da’s oké, want soms past er nu eenmaal niet veel meer bij in mijn hoofd.

Anyway, dit is het overzicht van mijn jaar in boeken, op basis van het aantal sterren dat ik ze op Goodreads heb gegeven. In deel 1: twee en drie sterren.

(Hier lees je trouwens mijn overzicht van 2017.)

***

Misery – Stephen King

Ik hou van Stephen King en bij Misery was dat wederom niet anders. Paul Sheldon is een succesvolle auteur van historische liefdesromans die met zijn dronken kop op een sneeuwdag van de weg af rijdt in zijn chique auto. Hij belandt zwaargewond in de berm, maar wordt gelukkig snel gered door Annie Wilkes. Annie is een verpleegster die helemaal in haar eentje op een boerderij woont in the middle of nowhere. Annie is zijn allergrootste fan. Annie verzorgt hem in haar huis tot hij weer bij bewustzijn is. En dan laat Annie hem niet meer gaan. Heerlijk spannend en redelijk gestoord verhaal.

The Man Who Broke Into Auschwitz – Denis Avey

Dit is het naar eigen zeggen waargebeurde verhaal van Denis Avey, een Britse soldaat in WWII, die in Auschwitz twee keer van plaats ruilt met Ernst, een joodse gevangene. Denis heeft als prisoner of war namelijk iets betere levensomstandigheden. Zo kan Ernst wat slaap inhalen en een beetje meer eten, terwijl Denis met eigen ogen kan zien wat er aan de hand is in het joodse gedeelte van het kamp. Het is een schrijnend verhaal, natuurlijk, maar ook bijzonder gedetailleerd en bevat een aantal gebeurtenissen die op het randje van geloofwaardigheid balanceren.

Een rondje googelen leerde me dan ook al snel dat er behoorlijk wat controverse bestaat rond dit boek. Avey heeft blijkbaar jarenlang interviews gegeven over zijn ervaringen tijdens de oorlog, maar heeft het daarin nooit over de ruil gehad. En sommige andere soldaten spreken delen van zijn verhaal tegen. Wat er ook van waar moge zijn, The Man Who Broke Into Auschwitz is een intrigerend boek dat niet enkel over het leven in het kamp vertelt, maar ook over de gebeurtenissen aan het front en hoe hij (en andere soldaten) decennia later met hun trauma’s omgingen.

Origin – Dan Brown

Ik vind Dan Brown doorgaans maar mwaaaah, maar dit vond ik onverwachts toch best een goed boek. Laten we wel eerlijk wezen: Brown blijft de formule van zijn debuut hersenloos herhalen. Er is een historisch mysterie, er is een mooi meisje als zijn ‘onverwachte’ sidekick en hij vliegt de halve wereld rond in een race tegen de tijd. Been there, done that, read the books met veel ooggerol. Bovendien had ik na slechts een kwart van dit boek al door wat er aan de hand was. En toch kon zelfs dat deze keer de pret niet bederven. Brown slaagt er namelijk wel in om een wervend verhaal aaneen te rijgen met al zijn gekke historische feitjes. Zijn uitgebreide beschrijvingen van indrukwekkende gebouwen en innoverende projecten (die echt bestaan) blijven fascinerend. Dus ja, ondanks het feit dat hij altijd maar weer dezelfde soort verhaallijnen, personages en bakken purple prose neerpent, blijft Origin een bijzonder leuke leeservaring. En op zich is dat ook al een kunst te noemen.

The Hypnotist’s Love Story – Liane Moriarty

Ik geef het toe: ik was dit jaar nogal into Liane Moriarty. Haar boeken variëren echter in kwaliteit, zo bewijst ook dit exemplaar maar weer. The Hypnotist’s Love Story is niet het spannendste of meest meeslepende verhaal dat ik ooit heb gelezen, maar ik heb het desondanks wel graag gelezen. Dat ligt vooral aan Mortiarty en hoe fenomenaal goed ze haar personages telkens weer op papier zet. Het zijn driedimensionale figuren met een verleden en levensechte gevoelens, verlangens en frustraties en ook heerlijk herkenbare, alledaagse quirks. Dus neen, dit boek had niet het beste verhaal of de zotste plotwending ever, maar ik vond het wel fijn lezen. De invalshoek is ook best origineel, of hebben jullie al eerder een boek over een professionele hypnotherapeut met een gestalkte vriend gelezen?

Haar keuze om de stalkster een first-person narrative te geven, in tegenstelling tot het hoofdpersonage, is bovendien gewaagd maar stiekem ook best briljant. We vinden de stalkster namelijk instantly onsympathiek, want tja, bat shit crazy en zo, maar door letterlijk in haar hoofd te zitten en alles vanuit haar perspectief en haar ervaringen te beleven, kweek je na een tijdje toch begrip en medeleven voor haar. Goed boek over hoe weinig er soms nodig kan zijn om normaal te doen omslaan in cray cray. 

The Keeper of Lost Things – Ruth Hogan

The Keeper of Lost Things gaat over een oude man die al zijn hele leven lang alle spullen bewaart die hij vindt op straat, in parken, in de trein,… Een menselijke lost & found dus, maar dan eentje die er een soort privémuseum van heeft gemaakt. Rond elk gevonden voorwerp schrijft hij bovendien een kortverhaal, fantaserend over wie het voorwerp heeft verloren en waarom. Een heel, heel, heel fijn boek over de kleine dingen in het leven en hoe groots die soms kunnen zijn, zonder dat je het beseft.

It – Stephen King

Ik hou doorgaans niet zo van het supernatural/horrorgenre, dus de creepy clown en het wezen genaamd ‘It’ en alle stukken die daarover gingen boeiden me niet heel erg. Maar ik hou voor eeuwig en altijd van de indrukwekkende verhalenverteller die Stephen King is. Zijn personages en dialogen zijn altijd zo menselijk en spot on, het is van een weerzinwekkend jaloersmakend niveau. Meestal houden die me zó lang zó ontzettend geboeid dat het me geen ruk kan schelen of het boek meer dan duizend pagina’s telt – integendeel: hoe meer, hoe liever. Meestal. Dat was deze keer helaas niet het geval bij It, dat gewoon serieus een paar honderd pagina’s te veel telt.

Er waren te veel passages die zo ellenlang en overbodig waren dat er al op de helft bijna geen vaart meer in het hele verhaal zat. Er zaten ook ietsje te veel extremely disturbing, compleet onnodige en serieus misselijkmakende stukken in, die niet eens als horror bedoeld waren. [SPOILER] I mean, een full-blown gangbang met zeven kinderen van 12 jaar oud? Are you kidding me? En het dan nog beschrijven alsof het allemaal o zo liefdevol en logisch en natuurlijk was? Zes jongens hebben in een half uur seks gehad met een elfjarig meisje… In een grot. Oké dan, Stephen. Daarnaast is Richie een verschrikkelijk irritant personage dat op werkelijk geen enkel moment echt grappig is. En als ik ooit nog eens ‘Beep-beep, Richie’ ergens moet horen of lezen, ga ik mensen pijn doen, kzweertu. 

Daarom gaf ik It drie sterren. Ik ben veel, veel, veel beter gewend van Stephen King qua plot en personages. Maar de vertel- en schrijfstijl is zoals gewoonlijk top notch. 

Originals: How Non-Conformists Move the World – Adam Grant

Originals is een heel interessant maar best wel pittig boek (de wetenschappelijke literatuurlijst vormt echt een vijfde van het volume) over originaliteit en creativiteit. Grant onderzoekt de vraag: wat maakt een idee nu écht origineel? Hoe herken je een goed idee? Hoe kun je anderen overtuigen om tegen de stroom in te zwemmen en mee te gaan in een origineel idee? Fascinerend boek waar ik zeker wel wat uit heb geleerd, ook omdat het goed aansluit op mijn vakgebied. Maar het is best wel taaie kost, die je toch niet zomaar eventjes tussendoor in de tram leest. Bovendien is dit boek er ook wel eentje uit de steeds groeiende verzameling non-fictieboeken die eigenlijk niet veel meer zijn dan een hoop anekdotes (al dan niet van semi-bekende succesvolle mensen) en conclusies uit wetenschappelijke studies die allemaal samen soort van ongeveer een beetje te maken hebben met het stimuleren en koesteren van creativiteit/succes. Kan je er in het dagelijkse leven veel mee? Neen. Is het interessant en thought-provoking? Dat zeker.

The Woman Next Door – Cass Green

The Woman Next Door wordt afwisselend verteld vanuit het perspectief van de ene buurvrouw, Hester, en de andere, Melissa. Hester is een oudere vrouw die enorm veel van kinderen houdt, maar er zelf nooit heeft gehad. Nu ze haar baan in een kinderdagverblijf kwijt is, voelt ze zich eenzaam en verbitterd. Vroeger mocht ze vaak op Melissa’s dochter passen en hadden de twee vrouwen zelfs een hechte band, maar die tijden zijn voorbij. Melissa is een ogenschijnlijk succesvolle en gelukkige vrouw who has it all, maar komt redelijk bitchy en kortzichtig over. Hester probeert zo hard om weer een wit voetje bij haar te halen en een deel uit te maken van het warme gezin next door, om aan haar eenzaamheid te ontsnappen, maar wordt daarin steeds afgewezen door Melissa. Ik had onnoemelijk veel medelijden met Hester, die niet zo goed weet hoe ze normaal met mensen moet omgaan en duidelijk door de rest van de yuppie-buurt wordt uitgelachen.

Dit boek zit goed in elkaar, waardoor je mening over beide vrouwen doorheen het verhaal steeds weer verandert. Niks is namelijk wat het lijkt en, jawel, we zitten ook wel degelijk weer met een unreliable narrator. The Woman Next Door hield het boeiend en spannend van begin tot eind, met interessante ontwikkelingen van de hoofdpersonages die bovendien ook echt als mensen van vlees en bloed aanvoelden. Goed leesvoer. (Het einde is wel compleet over the top, da’s dan weer jammer.)

**

In a Dark, Dark Wood – Ruth Ware

Ongelofelijk unpopular opinion: dit is een slecht boek. Pas op, het is niet slecht geschreven. Ruth Ware heeft duidelijk schrijftalent, maar van plotstructuren heeft ze geen kaas gegeten. Dit hele verhaal slaat namelijk nergens op. In a Dark, Dark Wood draait om Nora, een zesentwintigjarige vrouw die nog steeds helemaal kapot is van een relatiebreuk. Die tien jaar geleden plaatsvond. Toen ze zestien was. ZESTIEN. Daar zit Nora nu nog steeds mee in haar maag, jawel. Hierdoor is ze er een decennium later nog steeds niet toe in staat om een normale volwassen relatie hebben. Wauw.

Goed, dit forever-sixteen kindvrouwtje wordt op een dag uitgenodigd voor het vrijgezellenweekend van Clare, haar toenmalige beste vriendin, die ze desondanks al tien jaar niet meer heeft gezien. Oh ja, en: haar aanstaande is Nora’s ex-vriendje van toen. Awkward. (Enfin, voor normale mensen natuurlijk niet, maar in het universum van dit boek is het bijna het einde van de wereld.) Goed, om de een of andere volslagen onbegrijpelijke reden voelt Nora zich verplicht om er heen te gaan en natuurlijk gaat alles helemaal verkeerd tijdens het weekend. Er is een moord. Er zijn intriges. Het is er allemaal heel donker en bossig en eng. En toen ik uiteindelijk – finafuckinglly – ontdekte wie de moord gepleegd had, barstte ik hardop in lachen uit. En toen wist ik nog niet eens wáárom hij/zij het had gedaan. Compleet van de pot gerukt, zeg ik u, zonder te veel spoilers te willen weggeven. Maar what the actual fuck. Elk personage in dit boek gedraagt zich als een drammerige, dramatische tiener die ruziemaakt en relaties verbreekt for the dumbest possible reasons. Serieus, lees dit boek en probeer de plot eens met een gestreken gezicht uit te leggen aan iemand anders. I dare you. 

The Last Family in England – Matt Haig

Het is een interessante premisse: het leven van een doorsnee Engelse familie bekijken door de ogen van hun labrador. En het zorgt ook voor een verfrissende leeservaring, in het begin. Maar na een tijdje wordt het, tja, toch redelijk saai en voorspelbaar. Honden zijn nu eenmaal beperkt in hun bewegingen, acties en reacties. Hun leven bestaat voor een groot deel uit eten, liggen, wandelen in het park en slapen. Verder zitten ze in huizen opgesloten tot de baasjes weer thuis zijn. Het leuke aspect van het vertelperspectief was er dan ook al vrij snel weer af. Het hele verhaal van The Last Family in England kon me maar matig boeien. Ik vond de menselijke personages namelijk niet heel likeable. Het vertelperspectief zorgde ook voor een emotionele afstand tot de personages, omdat we alles vanuit het redelijk basic denkkader van de hond zien en dus nooit echt dieper ingaan op wat zijn gezinsleden denken, voelen of willen. Bijgevolg boeide het me ook vrij weinig wat ze dachten, voelden of wilden – en kabbelde het verhaal maar een beetje voort.

Borgerokko Maffia – Raf Sauviller

Dit boek kreeg ik uitgeleend van een vriend die vroeger in Borgerhout woonde, vlak nadat we verhuisd waren. Maar wat begon als een interessant stukje onderzoeksjournalistiek, werd gaandeweg steeds cynischer en subjectiever. Sauviller kon duidelijk zijn persoonlijke politieke voorkeur en maatschappelijke vooroordelen niet wegsteken en dat irriteerde me mateloos. Ik las Borgerokko Maffia namelijk niet om zíjn individuele mening te horen. Als mij objectieve journalistiek wordt beloofd, dan verwacht ik dat ook. In plaats daarvan kreeg ik op sommige momenten paginalange sarcastische sneren en klaagzangen over linkse politiek, stedelijke gentrificatie en hipsters met bakfietsen op de Dageraadplaats.

Sauviller leek er in dit boek simpelweg niet toe in staat om vanuit een observerend standpunt over de veelal Marokkaans-Belgische criminelen in Antwerpen te schrijven, maar deed dat consequent met van de pagina’s afspattende afkeer, haat en misprijzen. Dat constante gefrustreerde toontje leidde mij gigantisch af van de inhoud. Bovendien sprong hij hier en daar nogal snel uit de bocht met veel te voorbarige conclusies. Mijn algehele gevoel over dit boek is teleurstelling, terwijl er écht wel veel interessante informatie in zit. Het had gewoon door iemand anders moeten geschreven worden.

The Woman in the Window – A.J. Finn

Het was een hele tijd geleden dat ik nog eens een boek las waarin ik echt every single ‘plot twist’ van kilometers ver zag aankomen. Er zaten ook een tiental flessen rode wijn en zichzelf eindeloos herhalende interne monologen te veel in om dit voor mij een aangename leeservaring te maken. The Woman in the Window is een gevalletje ‘hap, slik, weg’, maar dan met een hoop gezucht en oogrollen van mijnentwege.

Midnight at the Bright Ideas Bookstore – Matthew J. Sullivan

Het leek zo veelbelovend: een boek over een boekennerd die werkt in een boekenwinkel! ERMAGERD, boeken!!! Als boekenliefhebber kan je bijna niet anders dan aangetrokken zijn tot deze titel. En Midnight at the Bright Ideas Bookstore is op zich ook wel een leuk boekje. Het is eigenlijk een mysterie, maar ik had steeds het gevoel dat het allerlei genres tegelijk wilde zijn, waardoor het er uiteindelijk niet in slaagde om anything at all te zijn. Het mysterie begint met de zelfmoord van een dakloze jongen in de Bright Ideas boekhandel, waar ons hoofdpersonage Lydia werkt, maar gaat na een tijdje ineens over in het mysterie van haar verleden.

Sullivan heeft een fijne schrijfstijl, maar is helaas niet heel goed met plotstructuren. Er zit een time gap in het verhaal waar we bitter weinig over lezen, terwijl het juist om een cruciale periode gaat die de hoofdpersonages maakt tot wie ze zijn. Het is immens jammer dat Sullivan hier niets mee gedaan heeft, want het had een extra (en broodnodige) dimensie aan zijn voornaamste personages toegevoegd. Het smoesje waarmee aan het einde heel snel wordt weggewuifd dat de persoon die wist wie de moordenaar was er nooit wat over heeft gezegd, voelde ook erg zwak aan. Hij/zij was bang, blablabla. Dat trucje kennen we inmiddels allemaal al wel als een makkelijke plot device die nergens op slaat.

Conclusie: er zat veel meer potentieel in dit boek.

The Lying Game – Ruth Ware

The Lying Game, van dezelfde auteur als het verder ook niet bijzonder hard te pruimen boek In a Dark, Dark Wood, is makkelijk in één woord samen te vatten: underwhelming. Het verhaal wordt vreselijk langzaam uitgerold, via een schare nietszeggende en inwisselbare personages bovenop een hoop vage flashbacks, maar kon me nooit meer dan matig boeien. Het ‘donkere geheim’ is geen spatje interessant en wanneer je uiteindelijk – éindelijk! – arriveert bij de ontknoping van het halfbakken mysterie, heb je het zelf al vijf keer eerder geraden.

Het hoofdpersonage heeft een heel doorsnee en oninteressant leven en om de een of andere niets-aan-het-plot-toevoegende-reden ook een kersverse baby die de godganse tijd elke normale situatie of activiteit extreem moeilijk maakt, waardoor zelfs de simpelste wandeling naar het postkantoor een tergend lange passage van vijf pagina’s wordt. The Lying Game zou een boek over onvoorwaardelijke vriendschap moeten zijn, of zoiets, maar ik kon eerlijk gezegd geen enkel van de hoofdpersonages echt uitstaan. Waarom ze na een hysterisch sms’je van een van hen na 15 jaar allemaal halsoverkop weer bijeenkomen, blijft me een raadsel. Uiteindelijk zitten ze gewoon allemaal een weekend lang in de woonkamer van het bouwvallige krot aan zee van een van hen, wijn te drinken en nostalgisch te doen. Mkay.

Geef een reactie