Talitha ging uit eten met wildvreemden en je raadt nooit wat er toen gebeurde (deel 1)

Helemaal niks opvallends, eigenlijk, maar nu mijn blog een tijdje in semi-comateuze toestand heeft verkeerd, I figured dat ik wellicht wel een portie clickbait kan gebruiken om nog wat bezoekers te trekken hier. Lazy blogger gotta do what a lazy blogger gotta do. Of zoiets.

ANYWAY. Een half jaar geleden refereerde ik hier af en toe al eens aan het feit dat ik van second degree dinner had gedaan, maar tot voor kort heb ik er nooit echt over geblogd. Het verslag van dat diner was namelijk bestemd voor het negende bookzine van Charlie Magazine dat een tijdje geleden is verschenen (nog steeds hier te koop en nog steeds een aanrader). Maar omdat ik jullie allemaal zo lief vind, drop ik het nu ook nog eens hier, gratis ende voor niks. En ook een beetje omdat het reeds geschreven content is en dus lekker makkelijk voor mij. Lazy blogger, whaddup?

Dit is overigens de originele en niet-door-de-redactie-geredigeerde versie, dus eindeloos beter slightly anders dan wat er online en in print is verschenen.

Uitgetest: het second degree dinner

Negen maanden geleden arriveerde ik in Antwerpen met mijn lief, mijn kat en drie keer twee bestelbusjes vol met brol. Ik kende hier vrijwel niemand, op een handvol kennissen na. Al mijn vrienden en familie wonen anderhalf uur ver weg, in het West-Vlaanderen van mijn jeugd en het Amsterdam van de tien jaar die daarop volgden.

De eerste paar maanden merkte ik nog niet echt dat mijn sociale cirkel ineens wel erg beperkt was. Ik had het vooral druk met dozen uitpakken, inrichten, mijn verloren frietkottijd inhalen, voor de Rode Duivels supporteren alsof ik het afgelopen decennium nooit iets anders heb gedaan, bureaucratische rompslomp regelen, werk zoeken en weer basic Vlaamse dingen aanleren zoals je eigen brood snijden in de supermarkt zonder gruwelijke accidenten met allerhande ledematen.

Pas na een half jaar viel het me op dat ik nooit écht enthousiast antwoordde op de immer wederkerende vraag: ‘En, hoe bevalt het nu in Antwerpen?’ Ik moest eerlijk toegeven dat het toch nog niet als thuis aanvoelde. En da’s voornamelijk mijn eigen schuld, besefte ik. In Amsterdam had ik een heel leven opgebouwd from scratch. Dat moest ik nu in Antwerpen opnieuw doen. Een appartement en een job had ik inmiddels al, maar nog geen sociaal netwerk. Het was tijd voor Operatie Remigrant Zkt. Vrienden.

Probleem: hoe maak je nieuwe vrienden als je nog niemand in de stad kent? Toen ik ooit als 17-jarige naar Amsterdam verhuisde, belandde ik er meteen in het studentenleven, tjokvol mensen die vrienden zochten en ook niet veel meer te doen hadden dan heelder dagen in het park chillen, naar de film gaan of op doordeweekse avonden tot 6 uur ’s ochtends in de cafégordijnen hangen. Dan is het makkelijk, natuurlijk. Maar als werkende 27-jarige kan je niet rekenen op een introductiedag in de nieuwe stad, met rondleidingen en – oh, de horror – kennismakingsspelletjes. Je moet het helemaal in je eentje doen en dat nog bovenop een fulltime werkend leven. En tja, hoe gaat dat? Als je eenmaal in het land der 40-urige werkweken en boodschappen doen buiten kantooruren verzeilt, sluit je de vrijdagavond bovengemiddeld vaker af in de zetel met fictieve personages op tv dan in een café met mensen van vlees en bloed. We all know the struggle, wat de glamour van onze Instagram-feeds ook moge beweren.

Daarbij komt nog dat ik, let’s face it, de dertig nader. Als je eenmaal in die leeftijdscategorie in de vriendschapsvijver moet vissen, maak je als kinderloze inwoner van Antwerpen-stad niet veel kans. De meeste mama’s en papa’s hoppen na werk namelijk linea recta in hun bedrijfswagen en zetten koers richting hun droomhuis-met-tuin-en-oprit in allerhande exotische plaatsen als Ekeren en Schoten, in plaats van nog een paar uur aan een cafétoog te plakken.

Waar scharrel je dan überhaupt nog nieuwe kennissen op? Een vaak voorkomende tip in de categorie ‘vrienden zoeken als volwassene: help a lonely sister out’ is om je aan te sluiten bij een club of cursus in je buurt. Helaas ben ik niet zo’n interessante persoon met hobby’s. Want voor de buitenwereld telt ‘Netflix kijken terwijl je online Tetris speelt’ niet als echte hobby of whatever.

Een paar weken geleden besloot ik het dan maar over een andere boeg te gooien en een second degree dinner te organiseren. Daar had ik ooit al eens over gelezen bij de Amerikaanse blogger Nat Eliason. Ook hij was naar een nieuwe stad verhuisd, waar hij tegen exact hetzelfde probleem aanliep. Dus bedacht Nat het second degree dinner, gebaseerd op het fenomeen van second degree connections: een beetje zoals op LinkedIn met de connecties van jouw (eerstegraads)connecties.

Het second degree dinner begint met twee hosts: twee mensen die elkaar al kennen, maar niet bijzonder goed, en die daar verandering in willen brengen. Beiden nodigen iemand anders uit (een kennis), die vervolgens ook nog elk een kennis uitnodigen. Vervolgens ga je met z’n zessen op restaurant, waarbij iedereen slechts één of twee mensen in het gezelschap kent. Het is in feite een zesvoudige blind date, maar omdat je er niet helemaal in je eentje tussen onbekenden zit, is het niet zo eng. Bovendien is de second degree factor geruststellend, want de mensen die je niet kent zijn er op aanraden van de mensen die je wel kent. Je kan er dus enigszins op vertrouwen dat het your kinda people zijn.

Kort gezegd ben ik dus met vijf zo goed als wildvreemden op restaurant geweest. Het was een sociaal experiment om nieuwe mensen te leren kennen en hey, baat het niet, dan schaadt het niet, of toch zeker als er geen zwaar labiele, psychopathische hakbijlmoordenaar met stalkerige trekjes tussen zit. Hashtag YOLO.

Als co-host koos ik voor Jutta, een ex-collega uit de Belgische tak van mijn Amsterdamse werkgever. We hadden elkaar slechts een paar keer in levende lijve ontmoet, waaronder die ene keer vlak na mijn verhuizing toen ze via Instagram een hoop boeken van me kocht en die in mijn nieuwe appartement kwam ophalen. De overdracht van de boeken en het gebruikelijke ‘en, hoe bevalt het?’-gesprekje tellen tevens als de allerlangste conversatie die we tot dan toe hadden gevoerd, dus Jutta was een goede kandidate. Ik gleed in haar DM’s en overviel haar bijzonder random met mijn voorstel, waarop ze enthousiast inging.

Daarnaast nodigde ik nog ex-collega Liesbet uit, met wie ik een tijdje had samengewerkt bij mijn eerste job in Antwerpen. Ik zag haar sowieso al zitten als potentiële vriendin, omdat neurotische taalnaziheid en een allesomvattende liefde voor anything Harry Potter nu eenmaal een band scheppen. Ook Liesbet was er meteen voor te vinden. Er werd een datum geprikt, een restaurant gereserveerd en toen restte mij niks anders meer dan erop vertrouwen dat mijn co-host en gast nog drie belachelijk toffe mensen zouden uitnodigen.

Jutta en ik spraken af om op de avond in kwestie een kwartiertje eerder aanwezig te zijn. Dat bleek een goed idee, want zij zat aan een tafel voor vier. Mijn natuurlijke talent om dingen kristalhelder uit te leggen bleek maar weer eens uit het feit dat Jutta mijn uiteenzetting over het second degree dinner maar half had begrepen. Zij dacht dat ze twee mensen moest uitnodigen en we in totaal met z’n vieren zouden zijn. Waarop ze de ober een tafel voor zes had laten verbouwen tot eentje van vier, en we diezelfde ober schoorvoetend moesten vragen om, uh, dat weer naar zes personen te veranderen.

***

EN WAT ER TOEN GEBEURDE, GOH, JONGENS TOCH. Daar gaan we nog een paar dagen op moeten wachten. Wordt vervolgd!

8 thoughts on “Talitha ging uit eten met wildvreemden en je raadt nooit wat er toen gebeurde (deel 1)

  1. Als mede-neurotische taalnazi kan ik niet anders dan je te wijzen op het feit dat je “baat het niet, dan schaadt het niet” op deze manier schrijft. Tenzij je etentje in de cafetaria van een zwembad doorgegaan was, dan had ik het een ongelofelijk grappige woordspeling gevonden 😀 Wel een top idee zo’n blind date met verschillende mensen, kan je er stiekem tussenuit knijpen als het tegenvalt haha. Benieuwd naar het vervolg!

Geef een reactie