Talitha ging uit eten met wildvreemden en dit is dan eindelijk wat er gebeurde (deel 2)

As mentioned before: niks wereldschokkends. Maar je hebt toch maar mooi geklikt hè!!!

Uitgetest: het second degree dinner

Nat Eliason heeft in zijn blogpost een aantal regels opgesteld voor het verloop van een second degree dinner. Zo is er een specifieke plaatsing aan tafel, waarbij de co-hosts en alle gasten die elkaar kennen vooral niét naast elkaar zitten. Ik vond het nogal overdreven om deze vijf mensen die ik amper kende al meteen te vertellen waar ze moesten zitten, dus dat liet ik achterwege. En toen wist ik nog niet eens wat er volgens Eliason verder zoal moest gebeuren:

“Once the dinner starts, everyone goes around and says who they are, where they’re from, what they’re working on and something they’re excited about. It could be a new book, app, relationship, anything that has them jazzed up. The intros usually happen during ordering/getting drinks. (…) Then the real fun begins. You go back around the circle, and each person talks about one thing that they’re struggling with or that’s a challenge in their life (…). Everyone else from the group joins in to give ideas, related experiences, and insights to help them workshop the problem for 10-12 minutes.”

Needless to say, gezien ik het al een gedoe vond om mensen een zitplaats op te dringen, dat ik ook die instructies volledig heb genegeerd. Achteraf gezien denk ik wel dat de vragen een positieve bijdrage kunnen leveren aan zo’n avond, maar ze waren bij ons in elk geval niet nodig om de conversatie op gang te trekken. Het ijs werd vrij makkelijk gebroken, zeker toen iemand opperde om aan het obligatoire voorstelpraatje, dat toch al snel een hoog spreekbeurtgehalte krijgt, ook een raar feitje over jezelf toe te voegen. Waardoor ik dus maar van wal stak over mijn tweede neuspiercing, die ik uit pure gierigheid als student ooit zelf heb gestoken met een punaise en een naald en veel tranen. De rare feitjes aan tafel varieerden verder van ‘ik heb als kind jarenlang in een pipowagen gewoond met mijn ouders’ tot ‘ik doe aan improvisatietheater waarbij het publiek met sloffen naar je mag gooien als het niet goed is.’ Instant gespreksstof, kan ik u zeggen.

We waren er vrij snel over uit dat we letterlijk alles op de kaart lekker vonden, dus kozen we naar hartenlust shared dining gerechtjes om met z’n zessen te delen. De wijn vloeide rijkelijk en de gespreksonderwerpen bleven maar komen. Het fijne van het second degree dinner is dat je gegarandeerd aan tafel zit met vijf mensen die openstaan voor de ervaring en niet bang zijn om een avondje door te brengen met volslagen wildvreemden. Zodoende was iedereen geïnteresseerd in elkaar, wat de gesprekken enkel ten goede kwam. Het creëerde eveneens een open en gemoedelijke sfeer, waarbij we ons wellicht allemaal iets meer hebben blootgesteld als dat we anders zouden doen bij vijf quasi-onbekenden. Zo liet ik zelf na anderhalf uur al iemand mijn verlovingsring omdoen, gewoon, omdat ze dat altijd al eens wilde doen. Daar schrok mijn Lief achteraf wel van, en ik zelf ook een beetje, maar de vibe was zo positief dat ik er helemaal geen erg in had. All good.

Eender welke argeloze voorbijganger had ons groepje wellicht als jarenlange vriendinnen ingeschat. Maar niet enkel omdat de sfeer er goed inzat. Eerlijk is eerlijk: ons groepje bestond uit zes dezelfde soort mensen. Blanke, hoogopgeleide, millennial vrouwen in de stad. Vier hadden een neuspiercing en eentje wilde het wel graag, maar durfde nog niet. De homogene groepssamenstelling is een logische valkuil van het second degree concept. We deelden dan wel niet allemaal eenzelfde kledingstijl of accent, maar we behoorden wel duidelijk tot dezelfde demografische, culturele en sociale groep. Voor de variatie in ons kennissenbestand moesten we het dus niet doen. Daartegenover staat dat we ook veel dezelfde struggles delen. En niks schept makkelijker een band dan herkenbare first world problems om tegen elkaar over te zagen.

Achteraf snap ik wél waarom Nat Eliason voor een specifieke plaatsing aan tafel ijvert. Doordat wij zomaar ergens gingen zitten, belandden enkele mensen naast hun eigen gast of host. Dat zorgde soms voor onderlinge gesprekken waarbij de rest totaal uit de boot viel. Het is logisch dat mensen die elkaar al een tijdje niet hebben gezien zo’n avond aangrijpen om even bij te praten, als je dan toch naast elkaar zit. Hij had er klaarblijkelijk dus wel efkes over nagedacht voor hij het concept zomaar online zwierde, die Nat. Point taken.

Toen ik aan het begin van de avond bij het restaurant aankwam en nog niet wist wat zou komen, was het half acht. De eerstvolgende keer dat ik op mijn horloge keek, bleek het vijf voor middernacht te zijn. Mijn dinner date met vijf semi- en volledig wildvreemden was net zo snel voorbij gevlogen als een avondje uit met vriendinnen. Vriendinnen van wie ik weliswaar niet eens de achternaam wist of een telefoonnummer bezat. Maar daar brachten we snel verandering in: we vonden unaniem dat er een tweede editie moest komen en richtten meteen een WhatsApp-groepje op.

Natuurlijk zijn we nu niet met z’n allen instant boezemvriendinnen geworden. Dat had ik ook niet verwacht. Eerlijk: ik ben niet zo goed in vrienden maken. Enfin, dat denk ik toch. In vergelijking met anderen heb ik namelijk niet enorm veel vrienden. Ik heb er al helemaal geen wiens deur ik platloop of die ik elke dag hoor. Ik heb ook niet zo’n enorme vriendenkring waarin iedereen elkaar kent, alleen aparte vriendenkringetjes, waarvan de leden elkaars naam enkel kennen uit mijn verhalen. Bovendien blijft het merendeel van mijn vriendschappen doorgaans wat oppervlakkig. Ik heb geen hartsvriendin die mijn kleren leent en al mijn geheimen weet. Films en series en Instagram doen mij geloven dat vriendschap zo in elkaar steekt, maar niemand belt mij als eerste op als ze een gebroken hart hebben. Of zelfs als vijfde.

Soms voelt dat als een mislukking, als ik er een beetje te lang over nadenk en een fles rosé te dichtbij in de buurt heb staan. Alsof niemand me leuk genoeg vindt om zo’n innige band mee te hebben. Of dat ik mensen onbewust afstoot. Maar even snel besef ik ook: zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik heb er simpelweg geen behoefte aan om elke dag met iemand te bellen om mijn hele dag te overlopen, zomaar. In verdrietige tijden zoek ik geen schouders om op uit te huilen. En ik shop met niemand liever dan mezelf. Ineens een BFF krijgen die alle vriendinnendingen uit de films van me verwacht, zou ik waarschijnlijk nog geen week verdragen.

Een paar vriendinnen heb ik al sinds mijn allereerste dag op de middelbare school. Soms horen of zien wij elkaar een paar maanden niet. Maar wanneer het dan toch gebeurt, is het alsof we elkaar pas vorige week hebben gezien. En dat werkt voor ons. Ik ben blij dat zij in mijn leven zijn, al is het niet elke dag.

De basis van vriendschap bestaat, naar mijn mening, dan ook niet per se uit de frequentie of de intensiteit van het contact. In werkelijkheid is het iets heel eenvoudigs: moeite doen. Het is allemaal makkelijk als je elkaar sowieso wekelijks op werk of in de yogales ziet, maar wat als dat ineens wegvalt? De mensen die ook daarna nog tijd vrijmaken en inspanningen leveren om je te zien of te spreken, dié moet je koesteren. Neem dat maar aan van iemand die in haar leven al twee keer is geëmigreerd.

Vriendschappen onderhouden vergt moeite. Maar überhaupt nieuwe mensen leren kennen ook. Da’s precies wat ik met het second degree dinner heb gedaan. Of ik daarmee nu vrienden voor het leven heb gemaakt? Goh, waarschijnlijk niet. Maar ik vond het wel een waanzinnig fijne avond. Ik heb mijn nek uitgestoken en heb zo toch maar mooi drie toffe vrouwen ontmoet die ik anders wellicht nooit was tegengekomen. Bovendien heb ik mijn relatie met mijn co-host en mijn gast verder uitgediept. En wie weet? Vriendschap heeft tijd en moeite nodig. Het schijnt dat je tien tot vijftien gedeelde ervaringen nodig hebt om echt vrienden te worden. En mijn nieuwe thuisstad telt nog heel wat fijne restaurantjes.

***

Dit artikel (deel 1 en deel 2) verscheen eerder online en in print bij Charlie Magazine.

3 thoughts on “Talitha ging uit eten met wildvreemden en dit is dan eindelijk wat er gebeurde (deel 2)

  1. Toen ik “jouw leeftijd” had…(klinkt oubollig) had ik ook minder vriendinnen dan nu. En het leek helemaal niet evident om er te maken. Nu gaat dat precies veel vlotter dan vroeger, ik steek mijn nek zelf ook veel meer uit om gewoon deel te nemen aan vanalles en eens in het wilde weg met vreemden af te spreken.

  2. Herkenbaar wat je zegt over je vrienden. Ik heb ook geen vriendinnen waarvan ik de deur plat loop en tot vorig jaar had ik enkel vriendinnen die elkaar niet kenden en waar ik gewoon een op een mee afsprak. Ondertussen heb ik een groepje met drie collega’s die op een andere site werken maar wij chatten wel bijna elke dag met elkaar. Met hen gaat het ook wel dieper en ik ben eigenlijk heel dankbaar dat ik hen gevonden heb. Met mijn andere vriendinnen is het ook wat oppervlakkiger maar ik zit daar ook niet zo mee in.

    Zo’n second degree dinner lijkt me trouwens wel eng. Ik ben in zo’n dingen dan weer niet goed maar hoe je het beschrijft lijkt het me ook wel heel leuk om te doen!

  3. Mooi gezegd, over dat koesteren van vrienden die inspanningen voor je blijven doen. Net nu ben ik op weg naar een vrijgezellenweekend met mijn vriendinnen die ik al ken sinds ons zesde, in de chiro. Ik ga hen sebiet toch eens extra goed vastpakken 😉
    En helemaal los daarvan: jouw ander sociaal initiatief (de Book Bitches) vind ik ook fantastisch 🙂 Na elke meeting ga ik met een warm hartje terug naar huis!

Geef een reactie