Roadtrip door Engeland: deel 3

Devon

Tijdens een van mijn (toegegeven: vele) bezoekjes aan de allerbeste boekenwinkelketen ter wereld, mijn geliefde Waterstones, kocht ik o.a. Notes from a Small Island van Bill Bryson, het verslag van zijn rondreis in de VK eind jaren negentig. Exeter is een van de vele bestemmingen waar hij ook over schrijft. Grappig om te lezen dat hij twintig jaar geleden ook al een half uur van z’n leven spendeerde aan een hopeloze zoektocht naar een restaurant in een stad die er werkelijk amper lijkt te hebben. Gelukkig had ik van tevoren van onze Airbnb-host een tip gekregen voor ontbijt, dus trokken wij naar het bijzonder instagrammable Pink Moon Café. Het ontbijtaanbod was er op maximaal hipsterlevel, maar het was gelukkig ook enorm lekker. Bonuspunten: de vrouwen- en mannentoiletten werden aangeduid met respectievelijk de mug shot van Lindsay Lohan en Justin Bieber.

Tijdens het ontbijt stippelde mijn Lief onze omweg langs de South Devon Chilli Farm uit, want hij wilde daar graag wat pepers en chilisaus kopen. Onschuldige lezers zouden bijna denken dat hij niet al heelder zomers lang mijn balkon en de helft van mijn woonkamer teistert met woekerende peperplanten, laat staan dat hij net voor zijn verjaardag een pakketje met speciale chilisauzen had gekregen voor zijn immer groeiende collectie, maar ik kan u verzekeren: niets is minder waar. Hij heeft gewoon een probleem waar vooralsnog geen therapie voor bestaat.

Anyway, zijn brave en totaal niet pikant-tolerante verloofde ging dan maar gedwee mee en besloot van de gelegenheid gebruik te maken om een uur lang in de zon te zitten met een koffie en haar e-reader. (En een handvol hardnekkige wespen, dat was minder.)

Mijn Lief was blij als een kind in een snoepwinkel en spendeerde er ongeveer evenveel aan pepers, zaden, sausjes en – jawel – zelfs een keukenhanddoek met peperprint en Scoville-schaal als een volledig tweede leerjaar aan kinderen in said winkel. Ik kocht mezelf eindelijk een herbruikbare to-go coffee cup van bamboe, omdat die er cheap waren en er nog een gratis koffie bij kwam. Iedereen content!

Eenmaal terug in de auto besloot ik prompt wat leven in de brouwerij te brengen door in een bocht de gratis koffie in mijn nieuwe coffee cup all over mijn witte shirt te gooien. 👍

freelance copywriter
Mijn witte shirt toen het nog wit was

We zetten onze reis verder doorheen de wondermooie county Devon. We reden een flink stuk doorheen het Dartmoor National Park en stopten ongeveer elke twee kilometer wel ergens om ons aan het uitzicht te vergapen. Zo groen, zo weids, zo rustig en ongerept: serieus, voor waanzinnig mooie natuur en groene panoramabeelden moet je écht niet per se naar een ander continent, hastn.

De boeren in dit deel van Engeland hebben zelfs geen afgebakende weides of hekken: de schapen, geiten en paarden lopen vrij rond en hebben er de tijd van hun leven.

Zo komt het dat je ook al eens noodgedwongen moet stoppen omdat er pony’s op de weg staan. Pony’s that do not give a flying fuck, mind you, en op hun dooie gemakje de straat oversteken. Er was een idyllisch beekje en een zonnetje en de braafste pony’s die ik van mijn leven heb gezien en het was schoon, zo schoon, dat kan je werkelijk niet geloven.

En schattige cottages!!!

Met een klein hongerke stopten we wat later bij Strawberry Fields, een groot familierestaurant op een heuvel, waar ik eindelijk scones met clotted cream en aardbeienjam kon eten, vergezeld met een XL warme chocolademelk met slagroom en marshmallows. Voor mijn gezondheid ga ik niet op reis, neen.

Cornwall

Van tevoren had ik allerlei lovende dingen gelezen over Porthcurno Beach, een stukje strand dat volgens de travel bloggers van deze wereld niet moet onderdoen voor de Caraïben. We waren er zo laat dat er niet veel zon meer was, dus dat zal de ervaring ongetwijfeld beïnvloed hebben, maar bijzonder hard onder de indruk waren we nu ook niet.

porthcurno beach cornwall

Vlakbij Porthcurno Beach is Minack Theatre, een uit de rotsen gehakt openluchttheater dat – getuige de eindeloze stroom auto’s die we in de smalle en steile duinweggetjes tegenkwamen – erg de moeite schijnt te zijn. Helaas weet ik slechts bij het digitaal ter perse gaan van dit verhaal wat het precies was, want ter plekke hadden we geen flauw idee. Gemiste kans dus. Ga er vooral eens heen om me achteraf te vertellen hoe fantastisch het was!

We maakten nog een kleine omweg via het teeny tiny oude vissersdorpje Mousehole. Denk belachelijk steile, smalle weggetjes en eeuwenoude grijze huisjes met in het midden een pittoreske haven. We vielen inmiddels al omver van de honger, maar omdat er op de weggetjes amper een auto paste, laat staan dat we ‘m ooit ergens zouden geparkeerd krijgen, besloten we om voor het avondeten richting Penzance te gaan.

In Penzance (foto hierboven) gingen we op zoek naar fish & chips, want toeristen en when in Cornwall en zo. Ik ben zelf allesbehalve een visliefhebber, maar wel een groot liefhebber van anything dat in een frietketel is gegooid, dus ik gokte erop dat het wel goed kwam. In Penzance kwamen we de allereerste kat tegen van onze roadtrip, die toen toch al een stuk of vier dagen bezig was: een hoogtepunt.

Na het langdurig beurtelings aaien van de kat gingen we op zoek naar gerenommeerde chippies, zoals Engelsen dat zo liefkozend noemen, maar stuitten telkens op kleine zaakjes die helaas al stampvol zaten. The Admiral Benbow, bijvoorbeeld, is een heerlijk authentieke pub met echte pub grub, waar de tijd zo hard is blijven stilstaan dat er elk moment een piraat kan komen binnenwandelen. Een jammere zaak, maar toen belandden we in The Turks Head, die met z’n 750 jaar blijkbaar te boek staat als de oudste pub in Penzance, en daar was het ook tof. Qua sfeer dan toch, want mijn cider was onmetelijk smerig en mijn bord fish & chips niets anders dan zwaar teleurstellend. Als klap op de vuurpijl kreeg ik na een half uur immense buikpijn en krampen, waardoor we vrijwel meteen terug naar de Airbnb reden (met mezelf als een zielig hoopje mens op de achterbank).

Random dingen die we hebben geleerd:

* Koffie on the go en een hagelwit shirt dat je pas net tot je favoriete kledingstuk ter wereld hebt gedoopt zijn geen topcombinatie.

* Engelsen gebruiken een speciale soort tap voor hun bier, waardoor ze zo’n plat bier hebben. Dat is dus de bedoeling hè jongens?! Wij dachten dat ze het gewoon niet goed konden, eigenlijk, maar flat beer is dus wel degelijk een ding.

* Racen als een idioot en iemand willen inhalen op de smalle, immer kronkelende plattelandsweggetjes van Cornwall is geen goed idee. Wisten wij al, maar de chauffeur van de auto die we op z’n dak zagen liggen duidelijk niet. (Hij was overigens helemaal oké, dus het was ook oké dat wij hem een idioot vonden.)

Volgende keer: nog een stukje Cornwall en dan op naar Bristol!

Deel 1: Brighton & Rye

Deel 2: Salisbury, Stonehenge en Exeter

3 thoughts on “Roadtrip door Engeland: deel 3

  1. Haha, ik lees momenteel een boek dat zich deels afspeelt in Mousehole (en Cornwall dus) en het is best grappig om te lezen dat jij op dat plekje bent geweest waar ik tot een week geleden nog niet van gehoord had.

Geef een reactie