Hit-and-run: deel 1

Kleine Atlas begon ermee: een blogpost gebaseerd op de vragenlijst Hit-and-Run van De Standaard. En ik doe haar dat graag na.

Wat is uw vroegste herinnering?

Veel mensen komen bij die vraag met een concrete herinnering uit hun peuter- of kleutertijd op de proppen, maar ik heb niet echt een bewuste herinnering van vóór de lagere school. Ik herinner me eigenlijk alleen maar wat flarden en willekeurige momentjes in de kleuterklas in mijn geboortedorpje: spelen in de gigantische zandbak, statische schokjes krijgen van de plastic glijbaan, fruitsalade eten uit kleine metalen bekers, met z’n allen opgewonden wachten op Sinterklaas in de speelzaal, in een dik fluffy bruin berenpak dansjes uitvoeren op het berenlied uit Jungle Book op het jaarlijkse kerstfeestje en het bloedstollende moment waarop we met de hele klas aan een tafel zitten te kleuren en ik me ineens niet meer kan herinneren of de mijter van de Sint nu rood met geel of geel met rood is?!?

Welke levende persoon bewondert u het meest en waarom?

Mijn moeder, die al haar hele leven lang zo onbaatzuchtig voor anderen zorgt dat ik pas enkele jaren geleden besefte dat wat zij altijd al deed helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Ze behandelt mijn oma, haar schoonmoeder, nog steeds alsof ze haar eigen moeder is, doet al jaren haar was en plas en noemt haar ook ‘ma’. Mijn moeder heeft ook jarenlang voor de blinde nonkel van mijn vader gezorgd en mee uit eten genomen alsof dat de normaalste zaak van de wereld was, terwijl niemand anders dat deed. Ze behandelde iedereen alsof ze haar eigen bloed waren en ik vond het nooit iets anders dan volkomen logisch.

Iets verder van huis: J. K. Rowling. Always.

Wanneer was u het gelukkigst?

Op de lagere school, denk ik, toen mijn hele leven nog zorgeloos en zonnig was en om niet veel meer draaide dan mijn ouders, mijn huisdieren, boeken lezen, tv kijken en met Lego en Barbies spelen. Maar ook tijdens mijn eerste paar maanden in Amsterdam. Dat ik in zo’n fantastische stad mocht wonen, daar was ik serieus elke keer als ik langs de grachten liep verschrikkelijk blij om en dankbaar voor. Aan het begin van een compleet onbekend avontuur staan en beseffen dat de rest van je leven gaat beginnen, was ook een magisch gevoel. Daarna was ik ook wel erg gelukkig zo rond mijn 22ste, toen ik net samenwoonde met mijn Lief en we samen een kat en een leuk appartement hadden en ik nog studeerde en zeeën van vrije tijd had.

(Er is ook wel een reële kans dat ik dit retrospectief denk omdat ik nu alleen nog maar in de file sta, terwijl ik toen waarschijnlijk totaal geen besef had van mijn vrijetijdsluxe en alleen maar zat te pruilen dat ik geen geld had en, boehoe, een scriptie moest schrijven en soms al om negen uur!!! college had.)

Wat is uw grootste angst?

Dat er niks van mij terechtkomt. Dat ik mijn hoogtepunt eigenlijk al voorbij ben en de rest van mijn leven gewoon in een soort kleurloze middelmatige waas aan me voorbij zal trekken en ik dan op mijn zeventigste ineens denk: fuck. Dat ik hopeloos doorsnee en ‘shoulda, coulda, woulda’ wordt, zo’n tiepje waar iedereen veel van verwachtte en dat zelf nog veel meer verwachtte maar waar dan toch helemaal niks mee gebeurt. Een soort wandelende anti-climax.

(Dat ik de dertig nader helpt niet. HELPT NIET.)

Wat was vandaag uw eerste gedachte?

“Fuck, waarom slaap ik steeds zo laat de laatste tijd?”

Ik schrijf dit namelijk in het weekend en ik heb ineens de irritante gewoonte ontwikkeld om makkelijk tien uur aan één stuk door te slapen. Omdat ik dan ook laat ga slapen, ontstaat er een cyclus met nogal weinig productieve-dingen-doen-tijd (want vanaf een uur of zes ‘s avonds begin ik mezelf mentaal en fysiek al langzaam uit te schakelen), die maandagochtend dan weer dubbel lastig is.

Wat is uw meest onhebbelijke karaktertrek?

Ik kan echt jaloers zijn op mensen. Het is een zeer lelijke karaktertrek en ik deel ‘m dan ook bijna nooit met anderen. Dus nee, ik ben niet het type dat gaat trash talken. Ik denk op zo’n momentjes gewoon heel hard en intensief in mijn hoofd dingen in de trant van ‘dat is niet eerlijk waarom zij wel en ik niet ik ben toch ook tof waarom heb ik niet zoveel geld of vrije tijd of zo’n coole job of zo’n huid of zo’n gezicht of zoveel lef ik hoop dat ze van de trap valt’.

Tot ik het uit m’n systeem heb en dan rationaliseer ik weer (in mijn hoofd): oké ja, maar zij werkt veel harder dan ik, zij heeft meer zelfdiscipline, zij durft risico’s te nemen, zij heeft misschien wel een perfecte huid maar ze worstelt met haar gewicht, alles is relatief, iedereen heeft z’n eigen shit, sommige dingen die zij niet heeft heb ik wel, sommige dingen verdient zij meer dan ik omdat ze er meer voor doet, dus het is oké, het is allemaal oké, let it go. En dat helpt.

Welke eigenschap stoort u het meest bij anderen?

Trying too fucking hard. En ook: denken dat je alleen bent op de wereld. In het verkeer, maar ook door afval achter te laten, lawaai te maken, de weg te versperren, klakkeloos regels te overtreden omdat het je gewoon beter uitkomt,…

Wat was uw meest beschamende moment?

Ik kan het me nu niet meteen herinneren, maar als ik vanavond in bed lig en in slaap probeer te vallen komt de beschamende herinnering probleemloos zo hard mijn hoofd binnen knallen dat ik prompt door het bed, de grond en de twee verdiepingen daaronder, recht tot aan de gloeiend hete aardkern zal willen zakken.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Dat heb ik dus niet echt? Er is niks materieels waar ik zo aan gehecht ben dat ik het bij een brand zou redden. Ben ik een psychopaat of gewoon niet erg materialistisch, wie zal het zeggen? Als het appartement in de fik staat, wil ik enkel onze kat redden. (Mijn Lief redt zichzelf wel, en mij en onze kat wellicht ook, want ik ga spontaan in freeze mode bij gevaar dus aan mij heeft niemand wat.)

Wat is uw favoriete zintuig?

Mijn zicht, wat het dus extra irritant maakt dat het bij mij zo belabberd is. Misschien zijn mijn herinneringen daarom vooral gebaseerd op tast: ik heb niet echt iets met geluid of geuren, maar ik kan me wel nog precies herinneren hoe de zetel van mijn oma onder mijn vingers aanvoelde, of het gladde plastic van mijn moeders jarentachtigoorbellen, of de neus van onze al lang geleden overleden hond.

Wat wou u later worden als kind?

Binnenhuisarchitecte. Redelijk specifiek, ik weet het. Ik tekende vroeger graag huizen en woonkamers en slaapkamers en zo (omdat ik nogal geobsedeerd was ben door poppenhuizen en miniatuurspul). Een kennis van mijn ouders die interieurarchitectuur had gestudeerd, zag ooit zo’n tekening rondslingeren en verbaasde zich over de gedetailleerdheid (omdat ik er zelfs stopcontacten in had voorzien en alles), waarop ze zei dat ik ‘later binnenhuisarchitecte moest worden’.

Wat maakt u ongelukkig?

De klimaatcrisis en hoe onverschillig mensen in dit land daarmee omgaan – vooral de politieke leiders. De verkiezingsuitslagen en algemene verrechtsing en verruwing in België. Het feit dat Trump bestaat.

Als u naar de toekomst kijkt, wat ziet u dan?

Een bruiloft en een eigen huis en kinderen, ooit. Daarvan ben ik zeker. Maar waar dat huis staat of hoe het eruitziet: geen idee. Hoeveel van die kinderen er zijn: geen idee. Waar ik werk en wat ik dan precies doe: geen idee. Zal de samenleving dan weer zachter en optimistischer zijn en de klimaatcrisis ietsje beter? Geen idee. Ik hoop het.

2 thoughts on “Hit-and-run: deel 1

  1. maar hoe tof is dat nu zeg! dit gaat enorm stom klinken, maar: ik heb ooit eens zoveel meldingen als ik kon uitgeschakeld op mijn blog, wegens geen goesting hebben in gestalkt worden door een bot, en nu stoot ik hier gewoon vanuit het niets op jouw vragenlijst! Tof!! Van die gedachte van ‘waarom ga ik zo laat slapen + slaap ik zoveel de laatste weekenden?’ = zeer herkenbaar 🙂

Geef een reactie