West-Vlaanderen voor behinners (11)

instagram route kortrijk

Sinds een tijdje schrijf ik een wekelijkse column voor De Krant van West-Vlaanderen, omdat ik al eens graag ongevraagd mijn mening geef, en als ik daar dan ook geld voor krijg, nog veel liever. Ik schrijf elke week een stukje over allerhande – bestaande, maar ook compleet uit mijn duimen gezogen, waarschijnlijk – clichés die over West-Vlamingen bestaan en doe daar mijn zegje over, want ja, daar zat gans de provincie wel degelijk op te wachten, EWELJA. 

Als luie blogger pur sang bedacht ik vandaag dat het misschien wel tof zou zijn om die columns hier gewoon door te plaatsen. Ik krijg er in de krant maar 2.200 tekens voor, wat voor mij doorgaans net voldoende is om me net een beetje comfortabel in mijn inleiding te nestelen, dus dit is ook de ideale gelegenheid om alle darlings die ik tijdens het schrijfproces heb moeten killen weer tot leven te wekken.

Het cliché: West-Vlamingen hebben alle tijd van de wereld.

In een landelijke provincie wonen is de stille droom van veel Vlamingen, die denken dat al je zorgen dan automatisch samen met het beton en de uitlaatgassen verdwijnen. Alsof de hoeveelheid gras- en maïsvelden in je omgeving omgekeerd evenredig is met de drukte en de stress in je leven: hoe meer van het eerste, hoe minder van het laatste. De gemiddelde Vlaming schijnt te denken dat wij hier allemaal een gezapig leven leiden: temidden het groen en de koeien leunen we heelder dagen rustig achterover in de immense tuin van onze gerenoveerde boerderij op den buiten.

Klinkt dit herkenbaar, beste provinciegenoot? Nee, voor mij ook niet. (En dan heb ik het niet eens over het feit dat wij ook steden hebben, wat de rest van Vlaanderen vaak vergeet.) In de 21ste eeuw heeft iederéén het nu eenmaal druk. We hebben gezinnen, carrières, hobby’s en een boordevol sociaal leven. Het is niet omdat hier minder hippe clubs en ingewikkelde asian fusion shared dining experiences zijn dat ‘fear of missing out’ niet bestaat. Ook West-Vlamingen willen steeds overal bij zijn. En dus rennen we van hot naar her, hebben nergens tijd voor en toeteren ongeduldig bij de minste opstopping (al dan niet met middelvinger). Gezapig? Ik dacht het niet.

Het is de ziekte van deze tijd, maar persoonlijk ben ik niet zo’n fan van die druktefetisj. Mensen denken vaak dat ‘druk, druk, druk’ gelijkstaat aan ‘ik leid een boeiend, bruisend en immer meeslepend leven’, maar daar ben ik het niet mee eens. Nooit tijd hebben voor een boek, een goed gesprek of om überhaupt wat van de wereld te weten, daar word je volgens mij niet per se een interessanter mens van – integendeel. Gelukkig bracht de pandemie voor velen onverwacht meer vrije tijd, dus laten we daarvan profiteren. Wat gezapigheid mág gewoon wel eens. Minder haast, minder stress. De beste ideeën komen immers op onverwachte momenten, waarop je zomaar wat uit het raam zit te staren.

(Of de redactie van deze krant dat als een geldig excuus aanvaardt voor het overschrijden van mijn deadline was bij het ter perse gaan helaas nog niet geweten.)

Het oordeel: niet waar. Ik zou erover willen uitweiden, maar ik heb geen tijd. 

 

 

One thought on “West-Vlaanderen voor behinners (11)

  1. Ha, da’s een cliché dat ik nu niet per se met West-Vlamingen zou associëren! Misschien omdat die altijd druk druk druk aan het werken lijken te zijn haha.

Geef een reactie