Mijn boeken van 2020

Grandioos te laat, natuurlijk, maar daarvoor kan je altijd op deze slechts sporadisch onderhouden blog rekenen, nietwaar? Enfin, het is hier nu, dus dat ik u niet meer hoor.

Het goede nieuws: in het dieptreurige jaar 2020 heb ik meer gelezen dan ooit. Het slechte nieuws: ik ga niet alles bespreken. Een deel van mijn gelezen boeken waren namelijk herlezingen, omdat ik daar in het afgelopen jaar eindelijk eens tijd voor had zonder me schuldig te hoeven voelen over een gigantische to-readstapel. (Die was er wel nog steeds, maar ik heb mezelf wijsgemaakt dat het toen niet erg was omdat het onverwachte extra tijd was, want zo werkt dat nu eenmaal volgens mijn brein.)

* De Millennium-trilogie van Stieg Larsson

* De beduidend slechtere trilogie die daarop volgde, van David Lagercrantz

* The Curious Incident of the Dog in the Night-Time van Mark Haddon (voor mijn boekenclub)

* Alle Harry Potterboeken, zoals ik meestal elk jaar wel eens doe (al is het maar om toch een béétje te kunnen verantwoorden waarom ik dezelfde zeven boeken in drie verschillende edities heb)

* Alle Miss Peregrine-boeken, omdat The Conference of the Birds net verschenen was en ik nu eenmaal niet kan weerstaan aan het fantastische concept van boeken die geschreven zijn rond random zwart-witfoto’s die op rommelmarkten zijn gevonden.

Verder heb ik ook heel wat boeken voor mijn werk gelezen, en die hier (nog eens) bespreken voelt een beetje als van het goede te veel. Bovendien moet ik voor mijn werk soms ook doen alsof ik veel geïnteresseerder ben in pretentieuze ziet-er-goed-uit-op-je-salontafel-en-je-eindejaarslijstje-boeken dan ik in werkelijkheid ben en ik hou de schijn graag op. (Ik kijk hierbij misschien wel veelbetekenend naar deze.) Dus die boeken skip ik ook even.

Wat ik in 2020 heb gelezen

****

The 7½ Deaths of Evelyn Hardcastle – Stuart Turton

In het Nederlands vertaald als De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle (wat inderdaad een halve dood minder is dan in het origineel, speciaal?) en met voorsprong het boek waar ik afgelopen zomer het meest van heb genoten in de zon op mijn terras. Een heerlijk ouderwetse whodunit (allerlei rijke mensen komen samen in een afgelegen Engels landhuis voor een groots feest waar vervolgens iemand sterft) met talrijke geschifte plotwendingen, want ah ja, het is tegelijkertijd ook een fantasy novel waarin het hoofdpersonage elke ochtend weer wakker wordt in het lichaam van een andere gast en precies dezelfde dag opnieuw beleeft (maar dan vanuit een ander perspectief). Serieus van genoten, jongens. Het werd ergens omschreven als ‘Agatha Christie meets Groundhog Day’ en beter kan ik het eerlijk gezegd ook niet samenvatten.

Het heeft z’n flaws (eenzijdige personages, amper emotie, ietsje te veel plot twists) en af en toe een irritante plot hole, maar het is lang geleden dat een boek mijn brein zo hard gevangen hield. Ik kon bijna niet stoppen met lezen en wanneer ik dat wel eens deed, wilde ik toch vooral weer verder gaan lezen. Alleen het einde kon me helaas niet overtuigen. Voor het leesplezier, de zeer aangename schrijfstijl, de heerlijke setting, de originele premisse en de ongetwijfeld duizenden Post-Itjes die de auteur aan deze complexe maar clevere plot besteed heeft: vier sterren.

The Body: A Guide for Occupants – Bill Bryson

Ahhh, Bill Bryson! Bill kan voor mij niet veel verkeerd doen, y’all, dus Het Lichaam was een inkoppertje. Wie graag populair-wetenschappelijke werken genre Lieven Scheire leest, maar dan met ietsje meer sociologie en psychologie (en wat minder focus op fysica), met bij elke zinsregel een droog Brits accent in gedachten: zoek niet verder. Bill is uw vent. (Al is hij niet Brits, hij schrijft gewoon zo.) Veel uit geleerd, vaak hardop gelachen en sindsdien al lustig interessant lopen doen op social events met allerhande anekdotes.

Troubled Blood – Robert Galbraith

En tja, als we het hebben over mensen die bij mij niet veel verkeerd kunnen doen, kan ons Jo natuurlijk niet ontbreken. Serieus, ik ben fan van de Galbraith-serie. Ik weet dat veel mensen dat niet zijn – zo was de recensie in mijn eigenste boekenrubriek in Humo deprimerend negatief – maar kijk, ik hou van de manier waarop Rowling verhalen vertelt. Ik hou ervan dat haar whodunits meerdere vuisten dik zijn en vooral veel (extreem Engelse) sfeer scheppen en dagdagelijkse handelingen beschrijven en red herrings rondstrooien als ware het corona-aërosolen. Andere mensen vinden dat vaak vulling, ik vind het genieten. To each his own. 

Ik ben wél nog steeds niet echt fan van de hoofdpersonages. Ze zijn eenzijdig en er zit weinig character development in. Robin is een irritant kind, Cormoran is een zure ouwe vent. Ook het hele ‘will they, won’t they?’-verhaallijntje boeit me geen flikker. Ah well, die negeer ik dan ook gewoon. De zoektocht naar de moordenaar in deze cold case vond ik uitermate interessant en goed uitgewerkt – de reveal is een van de beste in de serie en misschien wel de meest geloofwaardige tot nog toe.

Nog even over de heisa die voorafging aan dit boek: ik was bang dat Troubled Blood (vertaald als Kwaad Bloed) mijn heldin van haar voetstuk zou smijten wegens transfobie. Ik heb het écht met een open mind gelezen – en als het zo was, had ik haar erom vervloekt – maar ik kon serieus in de verste verten niks transfoob in het boek opmerken. Het gaat niet om een seriemoordenaar die graag vrouwenkleren draagt. Er is welgeteld één vermelding, in één paragraaf, van een mannelijke verdachte die misschien een pruik en een vrouwenjas droeg. That’s it. De heisa is ontstaan op basis van één artikel van een recensent die volgens mij niet eens de moeite heeft gedaan om alle vijfhonderd miljoen pagina’s te doorstaan. Fake news, y’all. 

Elevation – Stephen King

Alleen King kan een novelle van ocharme 128 bladzijden schrijven over een man die op onverklaarbare wijze ineens al z’n massa lijkt te verliezen – ook al ziet hij er fysiek nog precies hetzelfde uit – en dat boeiend, meeslepend, grappig, intelligent en layered maken. Verlichting, jongens, ga dat lezen.

***

My Sister, The Serial Killer – Oyinkan Braithwaite

Gelezen voor mijn boekenclub en ik geloof dat ik ‘m zelfs eigenhandig gepitcht had. Ik was al heel lang benieuwd naar Mijn zusje, de seriemoordenaar en het stelde absoluut niet teleur.

Korede is een compleet asociale en eigenlijk wel een beetje mensenhatende verpleegster die zich alleen maar op haar gemak voelt bij comateuze patiënten, die ze letterlijk al haar diepste geheimen en zielenroerselen vertelt. (Tot ze ineens wakker worden, uiteraard.) Haar jongere zus Ayoola is beeldschoon en compleet onuitstaanbaar, zo met die evenaar die door haar bevallige derrière loopt. Om de haverklap heeft ze een nieuw lief, die ze af en toe – oepsie! – vermoordt. Waarop ze steevast haar zus belt, die de bloederige troep komt opruimen en Ayoola helpt om ermee weg te komen.

Je leest het boek vanuit het standpunt van Korede, die een heerlijk sarcastische en zwartgallige blik op het leven en de de lugubere gebeurtenissen heeft. Ik raakte immens gefrustreerd door haar zus en de manier waarop ze haar constant uit de problemen helpt, maar da’s natuurlijk ook de bedoeling. Korte hoofdstukjes, vlot geschreven, kortom: leest snel weg. Wel een raar einde.

The Testaments – Margaret Atwood

De eerste helft van het boek verdient vier sterren, maar gaandeweg zijn het er toch drie geworden. (Opgelet: ik ga een beetje spoilen in deze review, maar ik zal je waarschuwen.)

Ik heb heel lang naar De testamenten uitgekeken en het op zich ook wel graag gelezen, maar serieus: sinds wanneer schrijft Margaret Atwood ineens dystopische YA fictie vol clichés? Bijzonder interessant om over de inner workings van Gilead te lezen vanuit het standpunt van iemand die er opgroeit, van iemand die er macht heeft én van iemand daarbuiten; daar niet van. Maar het plot slaat echt he-le-maal nergens op en las als een soort kruising tussen The Hunger Games en Divergent, al zij het een pak vrouwonvriendelijker. SPOILER: Tienermeisjes die met letterlijk niks anders dan een ongeloofwaardige hoeveelheid geluk en mysterieuze alleskunnende helpers (op preciés de juiste momenten en plaatsen, natuurlijk) een heel regime neerhalen? Oké dan.

Ik geloofde ook geen seconde in de beweegredenen van De Bron binnen Gilead (om spoilers te vermijden). Tuurlijk is De Bron sluw, tuurlijk denkt De Bron vooral aan zichzelf. Maar wat was de endgame hier nu echt? Wat had De Bron hier in godsnaam bij te winnen? En waarom gingen zijn/haar protegés er zo makkelijk in mee? SPOILER: Totalitaire regimes – zéker het soort dat op religie is gebaseerd – werken alleen maar als de massa er echt in gelooft en tot op het absurde af devoot blijft. In boek 1 leek dat nog zo te zijn. In boek 2 is ineens iédereen binnen de muren van Gilead een ongelovige, op macht beluste, corrupte hypocriet – zelfs de founders en volgelingen van het eerste uur. Maar waar gaat die hele samenleving dan nog over? Als niemand écht gelooft dat het hele systeem met de Handmaids gerechtvaardigd wordt in de bijbel, waarom bestaat het dan? Als zelfs de founders er nooit een snars van geloofden, hoe bedenk je dan in godsnaam zo’n concept? De beweeg- en bestaansredenen van Gilead zijn in dit boek ineens volledig weggevaagd, wat het hele verhaal onherroepelijk doet wankelen. Dat irriteerde me.

Ik vond het tof dat Atwood verder borduurt op personages en gebeurtenissen uit de serie, which I love. Maar de toevalligheden en de compleet ongeloofwaardige reünie op het einde (I mean, seriously? Moest dat?) maakten er eigenlijk meer het zoveelste Hunger Games-achtige verhaaltje van dan de sterke literaire opvolger die het origineel verdiende. Jammer.

Greatest Hits – Laura Barnett

Ik vond haar The Versions of Us (vertaald als Drie versies van ons) niets minder dan fantastisch, maar helaas vond ik deze opvolger een pak moeilijker te verteren. Tof concept, maar Greatest Hits pakte me toch niet zo hard als haar debuut. Weer enorm goed geschreven, dat wel, en daarom toch zeker drie sterren.

De ontdekking van Urk – Matthias M.R. Declercq

Deze kreeg ik toegestuurd van de uitgeverij als boekenredacteur bij Humo – voor ik alle uitgeverijen vriendelijk verzocht om me niet meer wekelijks te bedelven onder een dozijn boeken (ik weet dat dat klinkt als een droomjob, maar onze postbode en mijn doorzakkende boekenplanken vinden van niet). Ik heb ‘m toen niet zelf gerecenseerd, maar later wel eens zelf gelezen.

De ontdekking van Urk is het verslag van een De Morgen-journalist die zes maanden op Urk heeft gewoond. Vlamingen zegt die naam meestal niet zoveel, maar in Nederland staat het visserseilandje bekend om hun extreme kerkelijkheid. Urk is zowat de bekendste gemeente in de Nederlandse biblebelt, die voornamelijk uit streng gereformeerden bestaat. Dat betekent: alles dicht op zondag, vrouwen dragen lange rokken, tv is verboden, de kerk staat centraal op elk vlak van het leven. Urk staat echter óók bekend als het epicentrum van jongerenrellen met zwaar vuurwerk en enorm veel illegale drugshandel. Die paradoxale situatie is precies wat Declercq naar het eiland dreef. Hij is er een half jaar gaan wonen, met als doel om de gemeenschap te doorgronden en te begrijpen. Geen makkelijke opgave, want Urk is een zeer gesloten gemeenschap waar hij slechts met veel bloed, zweet en tranen een béétje tot is doorgedrongen. Fascinerende materie, die zeer kundig is opgeschreven door een getalenteerde journalist.

The Lost Girls of Paris – Pam Jenoff

Ik las De verdwenen meisjes van Parijs voor mijn boekenclub. Een eenvoudige historische roman waar ik me prima mee heb vermaakt. Op een ochtend in 1946 vindt Grace Healey een achtergelaten koffer in Grand Central Station, New York. Ze kan haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en maakt de koffer open. Er blijken twaalf foto’s in te zitten van allemaal verschillende vrouwen. Grace komt er al snel achter dat de koffer eigendom is geweest van ene Eleanor Trigg, die leiding gaf aan een netwerk van vrouwelijke geheim agenten. Twaalf van hen werden tijdens de oorlog vanuit Londen naar bezet Europa gestuurd om als koeriers en telegrafisten het verzet te ondersteunen. Ze zijn echter nooit naar huis teruggekeerd. Het verhaal van Grace en Marie (een van de vrouwen) wisselen elkaar af, wat ik altijd wel fijn vind bij dit soort romans. Graag gelezen, vlot geschreven, maar geen literair hoogstandje.

Drive: The Surprising Truth About What Motivates Us – Daniel H. Pink

Ik heb het altijd een beetje moeilijk met dit soort boeken. Razend interessant, met heel wat nieuwe inzichten, gestaafd met boeiend wetenschappelijk onderzoek and all that jazz, maar uiteindelijk blijf ik achteraf toch wat op mijn honger zitten. Misschien ligt het aan mij, maar meestal snap ik bij dit soort dingen niet goed hoe ik het in godsnaam in mijn eigen leven kan gebruiken. De voorbeelden zijn ook vaak zo corporatey, alsof enkel CEO’s en HR-mensen dit soort boeken lezen. Ik had dit eerder al met Originals van Adam Grant en Outliers van Malcolm Gladwell, en nu helaas ook weer met Drive. Zeer interessant allemaal, maar moeilijk toepasbaar.

Bijna Echt – Lisa van Campenhout

Ik lees doorgaans nooit YA, want niet echt mijn ding, maar ik lees wel trouw Lisa’s blog, want helemaal wel mijn ding. Dus moest ik haar debuut sowieso lezen. Bovendien was ik destijds al geïntrigeerd door de zaak waarop dit boek geïnspireerd is.

Ten eerste vond ik Bijna Echt niet per se heel erg YA-ig. Oké, de hoofdpersonages zijn 18-20 jaar oud en het draait vooral om influencers, maar verder vond ik het niet per se heel jong of simpel aanvoelen (dat is namelijk wel mijn beeld van YA, zal wel aan mij liggen). Ten tweede vond ik het razend spannend van begin tot eind, al mocht de ontknoping van IB naar mijn gevoel wel wat dramatischer/spectaculairder, na zo’n opbouw. Maar verder: erg van genoten, fijn geschreven, mooie gelaagdheid in het verhaal. Mooi hoe de ironie in bepaalde dialogen of passages er gewoon is en niet nog eens dumbed down uitgelegd wordt, zoals je vaak in romans ziet, en hoe je als lezer na een tijdje toch keihard voor het hoofdpersonage zit te duimen, ook al is ze eigenlijk bloedirritant.

Run Away – Harlan Coben

Ik had nog nooit eerder iets van Harlan Coben gelezen. Ik weet dat Stephen King ‘m goed vindt en dat King-fans ‘m doorgaans graag lezen, maar ik had toch altijd een beetje het gevoel alsof het een Aldi-versie van King was. Met meer show en spektakel, maar minder craftmanship. Nadat ik het toch eens een kans heb gegeven, zie ik dat vooroordeel wel bekrachtigd. Coben is geen meesterverteller genre Stephen King – die door niet-lezers nog steeds veel te vaak wordt onderschat en volledig onterecht in het hokje ‘horrorschrijver’ wordt gepropt – maar desondanks heb ik toch van Run Away (vertaald als De ontdekking) genoten. Het is allemaal nogal Die Hard-ig met snelle scènes, high stakes, veel adrenaline, etc. Maar wat hij gemeen heeft met King: geweldige van-vlees-en-vloed-personages neerzetten. En weet je, soms is zo’n action packed entertainmentboek ook wel eens tof. You get a plot twist, and you get a plot twist, ERRYBODY GETS A PLOT TWIST! Fijn voor de zomer, zeg maar.

‘Salem’s Lot – Stephen King

Nog maar eens een klassieker van King verslonden. Het deed mij minder dan de meeste van zijn boeken, moet ik zeggen. Ik wachtte steeds op dingen die maar niet gebeurden. Ik had niet zoveel voeling met de personages. En de plot boeide me na een tijdje ook niet zoveel meer. Ik heb al veel oud werk van hem gelezen, maar ‘Salem’s Lot (vertaald als Bezeten stad) voelde toch écht wel heel oud aan. Graag gelezen, door zijn meesterlijke manier van verhalen vertellen en de kleur die hij telkens weer aan al z’n personages geeft, maar het is absoluut niet een van mijn favorieten.

(Ik wilde deze vooral graag lezen sinds ik in Salem ben geweest, maar al na het voorwoord bleek dat de titel gewoon een afkorting is voor Jerusalem’s Lot en het over vampieren in plaats van heksen gaat.) 

Three Wishes – Liane Moriarty

Liane Moriarty is mijn guilty pleasure, maar dan wel eentje waarvan ik graag toegeef dat ze goed kan schrijven. Ze schrijft misschien geen literaire meesterwerken, maar haar personages zijn altijd levensecht en met zoveel details en onverwachte – maar o zo herkenbare – kleine kantjes beschreven, dat ik er meestal elke bladzijde van geniet. Zelfs van de bewust irritante personages. Da’s een gave, hastn.

Three Wishes (vertaald als Drie wensen) was op dat vlak ietsje minder, vond ik. Ik weet niet of het een van haar eerste boeken was, maar zo las het wel. Alsof ze het toch nog niet helemaal onder de knie had, die dingen waardoor ik haar juist zo graag lees. Moriarty’s boeken zijn doorgaans de definitie van pageturners, maar deze kabbelde slechts een beetje op ‘t gemak voort. De personages boeiden me niet zo hard en ik ben eerlijk gezegd het verhaal ook alweer vergeten – never a good sign.

Pet Sematary – Stephen King

Nog zo’n klassieker: eentje die ik voornamelijk wilde lezen omdat ik dan weer een week met The Ramones in mijn hoofd kon zitten – nooit een straf. Ik had bij Pet Sematary eigenlijk hetzelfde gevoel bij als bij ‘Salem’s Lot: oud, traag, veel overbodige passages. De actual zombies komen pas ergens op driekwart van het boek aan bod en dan nog zijn ze wel héél makkelijk weer naar de eeuwigheid te verhelpen. Meh.

**

De kleine getuige – Jilliane Hoffman

Gelezen voor de boekenclub. Ik vond nergens een Engelse versie en deed ‘t dan maar met de vertaling, wat meestal geen goed idee is, want dan erger ik me vaak aan de overly simplified taal. Ik weet dus niet of mijn indruk van ‘supersimpel geschreven, alsof het voor basisschoollezers bedoeld is’ ook klopt bij de originele versie van De kleine getuige. Het verhaaltje was matig interessant, de personages zo vlak als bordkarton en de plot was al van mijlen ver te voorspellen. Gevalletje hap-slik-weg.

You are a Badass – Jen Sincero

Wederom een compleet inhoudsloos zelfhulpboek dat enorm veel belooft en niks anders doet dan open deuren intrappen alsof het een nieuwe Olympische sport betreft. Gaap.

(Deed me heel hard denken aan Nice girls don’t get the corner office en dat is absoluut geen compliment.)

Bring Me Back – B.A. Paris

Ik had de hele ‘mindblowing plotwending’ letterlijk op bladzijde 15 al voorspeld. Andere mensen lijken Bring Me Back nog wel spannend en zotjes te vinden, maar oordeel vooral zelf.

6 thoughts on “Mijn boeken van 2020

  1. Merci voor de tips, er zitten er verschillende bij die ik noteer. Ook grote fan van Stephen King trouwens, zijn Pet Cemetary las ik als eerste gelezen, ik moet een jaar of 16 geweest zijn. Het ene boek is al wat (of veel) beter dan het andere maar ze lezen allemaal als een trein, man wat kan die man verhalen vertellen.

  2. Bill Bryson rules! Voor iemand die van taal houdt is ook zijn “Made in America” een aanrader!

    Van King las ik dit jaar “Het instituut” en vond ik een van zijn betere. Hoe hij erin slaagt om verhalen met vele personages zo goed te brengen…. dat is er weinigen gegeven, en dan vergeef ik hem dat ik het einde van sommige boeken maar iets vind.

    1. Die heb ik nog niet gelezen maar staat zeker op mijn lijstje! Snel aan beginnen dan maar 🙂
      (En inderdaad, ik heb ook wel vaak dat probleem met zijn eindes.)

  3. Ik ben ook wel fan van de boeken rond Cormoran Strike en Robin. Ik ging ze normaal dit jaar eens herlezen maar ik had te weinig tijd en bedacht toen dat er nog teveel andere boeken waren die ik graag wou lezen dus ik heb het dan toch maar niet gedaan.
    De zevenvoudige dood ga ik op mijn lijstje zetten, die lijkt me leuk.
    Toevallig van plan om Ongetemd leven van Glennon Doyle te lezen? Ben benieuwd wat je daar van vindt. Voor mij is’t een enorme tegenvaller ondanks ’t feit dat iedereen er mega positief over is.

  4. De Millennium-trilogie wil ik ook al lang nog eens herlezen, maar ik vind er vooralsnog de moed niet voor. Voor ‘Mijn lieve gunsteling’ pas ik graag, want ik vond ‘De avond is ongemak’ echt mijn ding niet.

Geef een reactie