Je zal altijd te veel zijn voor iemand

Het is vandaag vrouwendag, en tussen alle roze advertenties met korting op panty’s dan wel nagellak en oproepjes om bloemen te kopen voor het vrouwtje (ja, het is toegestaan om even te kotsen) door, wil ik het even ergens over hebben. En ik wil dat niet zachtjes doen, gemoedelijk kletsend, lieflijk fluisterend of meisjesachtig kirrend, maar met passie en enthousiasme en overtuigde stemkracht.

“Ben je altijd zo luid?”

“Kalmeer eens een beetje.”

“Je stem is veel te schel.”

“Je komt bazig over.”

“Wees eens wat stiller.”

“Je bent veel te gevoelig.”

Je moet het mij niet meer zeggen, want ik heb het allemaal al eens gehoord. Ik heb het in mijn leven ook al tientallen keren horen gezegd worden tegen andere vrouwen. We zijn te luid, te enthousiast, te bazig, te bitchy, te hysterisch, te boos. Tegelijkertijd heb ik in mijn negentwintig jaar op deze aardbol nog nooit iemand een van die opmerkingen weten maken tegen een man – behalve die ene keer toen een mannelijk familielid te veel had gedronken en hard praatte op een familiefeestje en iedereen dat hilarisch vond, en het dus ook allesbehalve negatief of bekritiserend bedoelde.

En ook: de handgebaartjes. De denigrerende ‘laat het volume maar wat zakken’-handjes, steevast afkomstig van een man die zelf een bulderende stem heeft, maar op dat moment even rustig zit te werken en het niet kan verdragen dat je een bijzonder grappig verhaal zit te vertellen aan collega’s. Of de hyperdramatische in elkaar krimpende man als je durft te lachen om een geslaagde grap van een vriendin, want oeioeioei, die vrouwenstemmen zijn zo schel, zeg! Never mind de dreunende bassen van de mannelijke lach die soms meer op geblaf lijken dan wat anders – da’s gewoon stoer en viriel.

Al sinds ik klein was word ik verteld dat ik rustiger moet zijn, stiller moet zijn, minder moet babbelen. En ik was en ben lang niet de enige.

Zelfverzekerde kleine meisjes die snel de leiding nemen? Die zijn luid en dominant en bazig. Oh wee de man die daar ooit mee zal getrouwd zijn, haha, die zal onder de sloef liggen hoor, hoho!

Maar kleine jongens met exact dezelfde eigenschappen? Geboren leiders, toekomstige premiers of advocaten, halve genieën die het ver zullen schoppen.

Meisjes met enthousiasme, zelfvertrouwen en een goed gevoel voor humor? Aanstellers, aandachtstrekkers, babbelkousen.

Maar de jongens? Entertainers, clowns, speelvogels, deugnieten.

Ben je een vrouw met passie, interesse in de wereld en een eigen mening? Dan ben je arrogant, een betweter, een bitch en altijd boos.

Maar ben je een man? Gefeliciteerd: je bent rebels, moedig, durft voor jezelf opkomen, een opiniemaker.

En zo kan ik blijven doorgaan. Een geweldig voorbeeld hiervan is de campagne ‘I’m not bossy, I’m the boss’ met o.a. Condoleezza Rice en Beyoncé. “When a little boy asserts himself, he’s called a ‘leader’. Yet when a little girl does the same, she risks being branded ‘bossy’. Words like bossy send a message: don’t raise your hand or speak up. By middle school, girls are less interested in leading than boys – a trend that continues into adulthood. It’s because girls worry about being called stubborn, pushy or bossy.” 

Dat hakte er jaren geleden keihard bij mij in, omdat ik mezelf in dat kleine meisje herkende. Ik was de eeuwige babbelaar, het bazige kind, te zelfverzekerd voor mijn eigen goed. Ik dacht zelf dat ik gewoon enthousiast was, snel oplossingen zag, graag anderen entertainde met mijn verhalen en goed in m’n vel zat, maar bon. Mij werd nooit verteld dat ik minister zou worden, nee, enkel een lastige echtgenote. Over mij werd niet glimlachend gezucht ‘ach, girls will be girls’ als ik te luid of te wild aan het spelen was. Nee, ik kreeg denigrerende opmerkingen op mijn rapporten, snerend commentaar (‘Met zo’n grote mond ga je nooit veel vrienden hebben hoor, jongedame’, dixit één leerkracht nadat ik het ergens durfde mee oneens zijn) en geïrriteerd ge-‘shhhht!’ van volwassenen. Daardoor ben ik me hyperbewust geworden van mijn stem, mijn lach, mijn enthousiasme, mijn zelfvertrouwen, mijn meningen en mijn omgang met anderen. Nog altijd maak ik me be-lach-e-lijk veel zorgen na vrijwel elke vorm van sociale interactie of ik niet weer te veel was – te luid, te blij, te enthousiast, te brutaal, te grappig, te hyper, te opiniated, te veel mezelf.

Het ding is: ik bén gewoon zo. Ik bén luid en enthousiast en geïnteresseerd in de wereld en heb meningen en humor en vertel graag verhalen die andere mensen doen lachen. Ik ben niet zo genuanceerd en ik ben wellicht soms arrogant, maar evenzeer ben ik enorm gevoelig voor hoe ik andere mensen doe voelen en relativeert niemand op deze wereld mij harder en frequenter dan ikzelf. En wanneer ik al die dingen ben, betekent het dat ik mezélf ben, en me dus goed voel en op m’n gemak voel. Juist op die momenten vinden mensen het soms nodig to shut me down. Nee, je mag niet zo blij en enthousiast zijn. Nee, je mag geen dingen vinden of je mond opentrekken voor iets waar je echt in gelooft. Nee, dat mag niet, want dat hoort niet, het irriteert me, en wie denk je wel dat je bent?

Het heeft zó lang geduurd voor ik dat überhaupt doorhad. Ik heb zo lang (en nu nog steeds, let’s not kid myself) instinctief na een kutopmerking gedacht: ‘Oei, het zal wel aan mij liggen, het is mijn schuld, ik heb iets verkeerd gedaan.’ Want ja, ik moet me maar niet zo goed voelen. Ik moet maar niet zo enthousiast zijn. Ik moet maar niet in dingen geloven. How fucking dare I? 

En weet je: al die dingen zijn eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, precies de dingen die mij míj maken. Die ik tof vind aan mezelf. Die me het meeste succes hebben bezorgd en me hebben gebracht waar ik nu sta in het leven. Met mijn gebabbel heb ik menig jobs versierd, met mijn grappen de man van mijn leven, met mijn enthousiasme heb ik twee keer een zeer gewild appartement in Amsterdam voor de neus van anderen weggekaapt, met mijn hersenen en mijn meningen heb ik vier diploma’s behaald en vul ik nu wekelijks kranten en tijdschriften – for money, godbetert. Ik zou er trots op moeten zijn, maar spendeer mijn tijd hoofdzakelijk aan er onzeker over zijn.

Maar het ding is vooral: mannen ervaren dit niet. Punt. Wellicht sommige homoseksuele mannen wel – want ja, zolang je niet aan het typische ‘masculiene’ plaatje voldoet, gelden alle kloteregels die onbewust ook voor vrouwen gelden – maar de doorsnee heteroseksuele vent? Die heeft geen idee. Die mag altijd zijn mening geven, altijd verontwaardigd zijn, altijd met donderende stem praten en op tafel slaan, altijd zelfverzekerd door de wereld stappen, altijd eisen waar hij vindt dat hij recht op heeft, altijd rechtdoorzee en brutaal zijn, want al die dingen worden als positieve eigenschappen gezien bij een man. Wetenschap leert ons dat het exact de eigenschappen zijn die vrouwen zoeken in een partner, werkgevers zoeken in een werknemer, kiezers zoeken in een politicus en ouders zoeken in de perfecte zoon.

Een hele tijd geleden heb ik onderstaande tekst opgeslagen, van Mother.ly.

“But now I have a daughter, and she’s only three, but she’s mighty. Like me. And I won’t let anyone dim her light. Even if she’s a little loud in the hallways I’ll always remind her, “Your voice is important.” I will always encourage her to let her light shine.

Whether we’re in a doctor’s waiting room, restaurant, or sporting event, she chats with everyone. Life shoots out of her. Enthusiasm radiates from her body. And sometimes, I can tell—people become a little put off. I’ve seen eyes roll. Heads turn away. But I don’t care. I won’t stop her. As long as she’s not being rude or disrespectful, she’s harmless. She’s being a kid. She’s enjoying her life. She’s discovering who she is.

She has a fire inside her, and I never want it to go away. I never want her to feel like she has lost it. I never want her to feel like she has to be submissive or meek. Or like she is being hushed. She doesn’t have to smile if she doesn’t want to. She can be loud. She can take up space. She can be feisty. She should feel empowered.”

Ook nog een aanrader op dit vlak (en many more feminist issues): het boek Shrill: Notes from a loud woman van de geweldige, hilarische Lindy West:

“We’re trained to never say anything too concrete or too bold or too challenging. It’s as though women’s communication always has to be this complicated two-way street where you say what you want to say but you also have to say what the other person wants to hear. It’s like we’ve been trained to undermine our own opinions, to give our own ideas less weight. I think it’s really important to push against that.

We do it everywhere, like at work. We should stop. Tell yourself you’re not going to say sorry at work. Not at all. I mean, unless you do something horrible to someone. Like running over your boss’s cat. Then apologise.

Women are quick to back-pedal and second-guess themselves and apologise and that gives men a head start. If you shout or speak up, you’re punished. That’s what the title of my book Shrill is about – women are dismissed based on our tone and men certainly aren’t.

But it’s a completely artificial concept. What does ‘shrill’ mean? What does it mean to be ‘shrill’? To conflate the message you’re communicating and the physical sound you’re making is just bizarre. To say that I don’t like the sound you’re making – it’s too high-pitched, too loud ‘for a woman’ – and therefore your ideas are invalid and I will dismiss you, that is nonsense. It’s just another way for people to shut women’s voices down. And there’s nothing wrong with women’s voices.”

Fijne vrouwendag, my fellow sisters. Want boy, do we still fucking need it. 

17 thoughts on “Je zal altijd te veel zijn voor iemand

  1. Zo ontzettend herkenbaar wat je schrijft. Ik ben niet op mijn mondje gevallen, zeker niet wanneer ik onrechtvaardigheid zie en opkom voor mezelf of een ander. Daardoor word ik lastig genoemd, moeilijk, een ruziemaker,… Terwijl een man er alleen maar respect mee zou afdwingen.

  2. Ik ken je niet maar volg je al een tijd en ik vind je geweldig Ik herken veel van wat je schrijft. Ik maak het vooral mee op professioneel vlak. Ik weet niet of het iets Belgisch en/of Vlaams is. Ik erger me mateloos aan de heersende “middelmaat” als norm. Blijf trots op jezelf. (Ook note to my self.)

    1. Merci, heel lief! En zeggen dat ik nog twijfelde om dit te posten vanuit mijn onbewuste ‘oeioei ze gaan me toch niet boos of bitchy vinden zeker?’-gevoel 🙂 Het is wel zeker iets Vlaams, denk ik, want ik maak het opvallend veel vaker mee sinds ik hier weer woon. In Nederland (of toch zeker Amsterdam) is iedereen veel directer en luider, dus is het ook minder ‘raar’ als vrouwen het zijn, al pikt men er nog steeds veel meer van mannen hoor.

  3. Ontzettend fijn om te lezen. Ik weet eigenlijk niet zo goed wat ik er nog meer op kan zeggen behalve dat ik me ook herken in dat ‘niet zo hard praten jij’ en ‘kan het wat zachter’ of de collega die zei dat hij altijd last had van mijn stem en daarom liever met een koptelefoon opzat. Van die laatste krimp ik nog steeds in elkaar want is mijn stem dan zo hard? Ik ging me er naar gedragen, durfde op kantoor mijn mond niet meer open te doen als hij er was en kon mezelf niet meer zijn. Gelukkig was mijn leidinggevende oplettend en heeft een gesprek met hem wel geholpen. Maar het blijft een ding waar ik nog regelmatig aan denk. Goed, lang verhaal dit en verder niet boeiend maar dankjewel voor deze blog. Ik ga het opslaan!

    1. Snap ik helemaal! Ik heb dat voorbeeld ook geschreven met een gelijkaardig voorval in gedachten. Ik had vroeger een collega – zo’n heel brede manly-man met echt een donderende stem – die constant met z’n homies (aka de mannelijke collega’s in mijn team) kwam lullen en lachen, heel erg luid, ongeacht wat de andere mensen in de ruimte aan het doen waren. En de ene keer dat ik eens met mijn vrouwelijke collega’s zat te praten en lachen om iets, en hij net iets werkgerelateerd kwam bespreken, snauwde hij mijn naam en deed toen heel boos die ‘laat het stemvolume maar wat zakken’-handgebaartjes. Ik krimp ook nog steeds ineen als ik daaraan denk, ik voelde me toen zó klein. En pas later had ik door dat hij nooit ofte nimmer zoiets deed bij andere mannen, hoe luid ze ook waren. Maar hij lachte ook nooit om de grappen van vrouwen, bijvoorbeeld – hij vond mij altijd heel grof terwijl hij bij wijze van spreken met mijn mannelijke teamgenoten om dode puppy’s kon zitten lachen. Echt heel krom, maar absoluut niet uitzonderlijk (als je er op de werkvloer eens systematisch begint op te letten).

  4. Amai ja, ‘t is nodig! Ik herken me zelf minder in uw verhaal en toch weer wel omdat ik totaal niet luid ben. Ik kreeg net de omgekeerde opmerkingen: dat ik me meer moest laten horen, te stil was, of te verlegen (ik ben niet verlegen), blabla. Het is nooit goed. Een van de vrouwen om wie ik veel geef zei laatst dat ze vaak te horen krijgt van “vrienden” dat ze te vrolijk is. Ik dacht van maar allee, wie zegt zo’n dingen? Wat is er mis met vrolijk zijn? Hoe kunt ge daar nu iets tegen hebben? Ik snap dat niet. En dat zijn dan vrienden? Kom seg. Zoals ik al eens eerder zei: hou gewoon uwen teut (gij niet eh!). Ik word daar zo moe van, dat constant bekritiseren en de mond snoeren.

  5. STAY LOUD GURL. Dat stukje over dat kind is ook wel herkenbaar. Hoe jonger een ‘luid kind’, hoe schattiger, maar het mag toch zeker niet te lang duren want dan wordt het inderdaad ‘bazig’.

  6. Amen to this! Wat een comeback ook naar je blog! Hoop dat je binnenkort meer schrijft, want je bent erg inspirerend en wees dus maar lekker luid!
    Sidenote: ik ken je als iemand die heel enthousiast en gepassioneerd, maar eigenlijk helemaal niet als ‘luid’. Hm!

Geef een reactie