West-Vlaanderen voor behinners (8)

instagram route kortrijk

Sinds een tijdje schrijf ik een wekelijkse column voor De Krant van West-Vlaanderen, omdat ik al eens graag ongevraagd mijn mening geef, en als ik daar dan ook geld voor krijg, nog veel liever. Ik schrijf elke week een stukje over allerhande – bestaande, maar ook compleet uit mijn duimen gezogen, waarschijnlijk – clichés die over West-Vlamingen bestaan en doe daar mijn zegje over, want ja, daar zat gans de provincie wel degelijk op te wachten, EWELJA. 

Als luie blogger pur sang bedacht ik vandaag dat het misschien wel tof zou zijn om die columns hier gewoon door te plaatsen. Ik krijg er in de krant maar 2.200 tekens voor, wat voor mij doorgaans net voldoende is om me net een beetje comfortabel in mijn inleiding te nestelen, dus dit is ook de ideale gelegenheid om alle darlings die ik tijdens het schrijfproces heb moeten killen weer tot leven te wekken.

Clichécheck #8

Het cliché: West-Vlamingen blijven graag onder de kerktoren.

Verschillende studies en enquêtes hebben het al bewezen: de streekverbondenheid is hier veel groter dan elders in het land. De Antwerpenaren verkondigen hun voorliefde voor ‘t Stad misschien wel het luidst van allemaal, maar niemand is zo verknocht aan hun provincie als de West-Vlamingen. De meesten brengen hun hele leven, van de geboorte tot de laatste ademteug, binnen de provinciegrenzen door. Zelfs de doorsnee West-Vlaamse student kijkt niet veel verder dan onze onofficiële kolonie in Oost-Vlaanderen, waarna hij braafjes met z’n diploma terugkeert naar de geboortestreek, bij voorkeur om er de zoveelste lichtgrijze dan wel beige blokkendoos neer te poten op een perceel in een straal van 10 km rond het ouderlijk huis (of de heem van de Chiro).

We zijn nu eenmaal een traditioneel volkje, met hechte familiebanden en een sterk verlangen naar zekerheid en stabiliteit. Dan is het logisch om graag zo dicht mogelijk bij de vertrouwde kerktoren te blijven. Maar die comfortabele nesteling in alles wat dicht bij huis is, kan ook leiden tot bekrompenheid en een algemeen niet-van-de-wereld-weten. Toen ik destijds ocharme in Amsterdam wilde studeren, werd die aankondiging onthaald alsof ik naar de andere kant van de aardbol trok. ‘Waarom toch naar daar?’, was de algemene, lichtjes afkeurende vraag. Ter vergelijking: vrienden uit Leuven en Antwerpen reageerden vooral met een enthousiast ‘aja, waarom ook niet naar daar?’. Noteer het verschil.

We zijn nochtans ook een ondernemend volkje. Er zijn talloze voorbeelden van succesvolle West-Vlamingen in het buitenland, waar hun harde werk en passie voor hun vak steevast hoge ogen gooit. We kunnen dus zeker ook onze vleugels uitslaan, maar het is wel voor de durvers, die de twijfel en angst van het thuisfront kunnen trotseren. Toch is er niets om bang voor te zijn: die navelstreng met de provincie, die blijft altijd aanwezig. Geloof me: twee West-Vlamingen die elkaar tegenkomen in een ver buitenland, vergeten per direct dat er eigenlijk 26 letters in het alfabet horen en barsten enthousiast in hun dialect uit. Want als puntje bij paaltje komt, voelt die West-Vlaamse kerktoren altijd nog een beetje als thuiskomen, waar ook ter wereld je domicilie ligt.

En ik kan het weten hè, jongens.

Het oordeel: waar, al zijn er gelukkig talloze West-Vlamingen in verre oorden die het tegendeel proberen te bewijzen. (Ik niet meer neen, want ik ben niet meer cool, maar ik heb me daar al bij neergelegd, al dan niet wenend in foetushouding.)

2 thoughts on “West-Vlaanderen voor behinners (8)

  1. True that. Maar er kan ook zoveel gezegd worden over Oost-Vlamingen 😉 Ikzelf ben een Oost-Vlaamse die getrouwd is met een West-Vlaming die nu in Leuven wonen en dromen van naar het buitenland trekken eens de koters het huis uit zijn. Ge wilt niet weten wat wij te horen kregen toen we naar Leuven verhuisden en wat we te horen krijgen als ze horen van onze toekomstplannen. Alsof ge nergens anders ter wereld patatten kunt vinden dan in de West- of Oost-Vlaamse velden 😉

Geef een reactie