Zomaar wat beslommeringen terwijl ik mijn werk uitstel

Ik vind mijn job tof. Ik heb nog nooit een job gehad waarin ik me zo amuseer, die zo interessant is, die me zoveel voldoening schenkt en waar ik van nature zo goed in ben. Ik verdien meer dan vroeger en ik heb flexibelere werkuren. Ik zit op de plek waar ik als veertienjarige vaagweg van droomde om ooit misschien eventueel als het zou lukken weleens te belanden. Tienduizenden mensen zien geregeld mijn naam in print gedrukt staan en lezen mijn stukken en vinden die hopelijk ook goed. Ik ben, kortom, content.

En toch.

Weet je waar ik soms van droom?

De laatste paar maanden zelfs meer dan ooit tevoren?

Een inspiratieloze, onuitdagende, rechttoe-rechtaan, hersenloze job. Het tegenovergestelde van wat ik nu doe.

Zo eentje waarbij je compleet inwisselbaar bent, elke dag gewoon je werk doet en daarna naar huis gaat en alle professionele besoignes achteloos binnen de kantoormuren achterlaat. Een job waarbij je acht uur lang op een adequaat niveau kan doen waarvoor je betaald wordt, ondertussen naar een podcast of twee kan luisteren, en waar je nooit persoonlijk op beoordeeld wordt. Een broodwinning waarbij het niet uitmaakt of je eens een weekje minder goed presteert, omdat het niet samenhangt met je persoonlijkheid of identiteit, omdat niemand bijzonder hoge verwachtingen van je heeft, omdat het bedrijf niet meteen in elkaar dondert of bakken geld verliest als je eens niet op de toppen van je tenen hebt gelopen.

Je weet wel, zo’n job.

Ik héb zo’n job gehad. Een paar keer zelfs. Aapjeswerk, noemde ik het toen. Ik amuseerde me vooral met mijn (telkens weer erg fijne) collega’s, want de job zelf boeide me voor geen meter. Na twee weken was ik ingewerkt en kon ik met de ogen dicht doen waarvoor ik betaald werd – niets meer en niets minder – terwijl ik het gehele eerste seizoen van Serial voor de eerste (doch niet laatste) keer wegwerkte. Stond ik elke ochtend enthousiast op om naar werk te gaan? Neen. Zag ik er keihard tegenop? Neen. De sfeer zat goed, het werk was prima (niet tof maar ook niet vervelend), het eten in de kantine was lekker en het salaris was meer dan voldoende (zeker voor de geringe inspanningen die ik leverde).

Maar allez, Talitha. Waarom zou je daar nu van dromen?

Omdat het ook wel iets hééft. Dat onbezorgde. Het complete losstaan van je identiteit en je werk. Het gaan slapen en opstaan zonder één enkel werkgedachte, omdat het je niet boeit en het niet je probleem is. Dat puur uitvoerende, niets hoeven te regelen, gewoon opdagen en je ding doen en weer opkrassen ’s avonds. Dat de baas er zich maar zorgen over maakt. Daar wordt hij voor betaald. Etcetera.

Oké, ik zou me er keihard vervelen. Ik zou het er een paar maanden volhouden en het dan weer afbollen, op zoek naar boeiender, uitdagender, bevredigender. Ik weet het. Want ik heb het meerdere keren gedaan. En ik ben gelukkig nu, hoor. Maar ik heb beseft dat er meer komt kijken bij een toffe job dan je denkt. Je vereenzelvigt jezelf met je werk, je trekt je alles persoonlijk aan, en hoe minder inwisselbaar je bent – een artikel van Talitha is er geen van X of Y – hoe meer verantwoordelijkheid je hebt voor het eindresultaat. Waar je ook telkens op afgerekend wordt, wat weer meer druk en stress oplevert. (Niet eens per se van een baas, maar van jezelf. Toch als je Talitha bent.)

Ik word vaker dan vroeger ’s ochtends wakker met een bonzend hart en een verkrampte maag, in paniek voor wat de dag misschien zou kunnen brengen, al bang nog voor ik goed en wel wakker ben maar niet goed wetend waarvoor. Ik lig vaker wakker ’s avonds met spanning, voor dat ene moeilijke interview of dat stuk waarvoor ik nog geen getuigenis heb gevonden en hoe ga ik die dan vinden en wat doe ik als het niet lukt en help???

Journalist worden is wat me heeft doen inzien dat ik aan mekaar hang van anxiety. Dat ik er al heel mijn leven – soms in extreme mate – last van heb maar het nooit anders heb geweten en er dus ook nooit iets aan heb proberen doen, want zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Quirky trekjes van mezelf, of zo.

Van tevoren tien keer oefenen op welke manier ik precies zal zeggen tegen de mevrouw in het postkantoor dat ik een pakketje kom afgeven.
Dertig keer mijn e-mail opnieuw lezen en aanpassen en woordjes toevoegen en leestekens weghalen en het ‘vanuit het perspectief van de ander’ proberen lezen, ook al is het een simpele mail met een niet eens zo ambetante vraag.
Zo onverklaarbaar panisch worden van een onverwacht telefoontje dat ik fysiek niet in staat ben om op te nemen, te druk bezig met een dozijn mogelijke scenario’s overlopen in mijn hoofd.

Ergens wist ik wel dat het niet zo normaal was, want ik heb die ‘gekke trekjes’ altijd verborgen. Maar ik kon ermee leven. Ik wist niet beter. Ik las op blogs en in tijdschriften over mensen met een angststoornis, en ik leefde mee. Ik dacht: ‘Amai zeg, zo erg, als je de hele dag door dag paniekaanvallen hebt en je huis niet durft verlaten en elke dag weent en bang bent voor mensen’. Ik dacht: dat ben ik niet. Tot ik als journalist ineens zoveel verantwoordelijkheid op mijn bord kreeg dat de anxiety alle aspecten van mijn leven binnensijpelde, en ik het niet meer kon ontkennen. Ik ween niet elke dag, ik durf buitenkomen, ik ben sociaal en luid en meestal niet in paniek. Toch heb ik een angststoornis, eentje die diep ingebakken zit en erg veel invloed heeft op mijn leven. Eentje die ik heel goed kan verbergen.

Een jaar geleden ben ik naar een psycholoog gestapt. Mijn wekelijkse afspraken werden tweewekelijks, driewekelijks en inmiddels ga ik zelfs niet meer langs. Ik ben nog steeds een vat vol anxiety, maar ik begrijp mezelf nu beter en ik kan het zelfs al aanvaarden. Bovenstaande dingen doe ik nog steeds – er is geen mirakeloplossing – maar ik kan er allemaal beter mee omgaan. Ik omarm de uitdagende en enge aspecten van mijn job hoe langer hoe meer. Maar soms sta ik nog bang op, soms lig ik nog bang wakker, soms zit ik nog naar een knipperende cursor en een leeg virtueel blad te staren en droom ik van een saaie, inwisselbare, inhoudsloze job zonder verantwoordelijkheid.

Ik kan nu meer dan vroeger zeggen: dat geeft niet.

En soms geloof ik het zelfs een beetje.

5 thoughts on “Zomaar wat beslommeringen terwijl ik mijn werk uitstel

  1. Eerlijk mooi dat je het hierover hebt. En herkenbaar, vooral het anxiety-stuk. Het feit dat je job aan elkaar hangt met deadlines, zal allicht ook niet helpen. Ik wens je geruster wakker worden en sneller inslapen. x

  2. Waw dit komt wel binnen zeg… Ik heb ook een job die ik met hart en ziel doe, maar waar ook heel wat verantwoordelijkheid bij komt kijken. En dan gaat het soms echt over het bepalen van andere mensen hun leven (ik ben justitieassistent). De dingen die je hier beschrijft, zijn super herkenbaar en daar was ik me precies niet zo van bewust. Misschien moet ik er ook maar eens mee aan de slag gaan. Bedankt om dit e delen!

  3. Wat fijn om zo een eerlijk en kwetsbaar stuk hier te mogen lezen, Talitha.
    Volgens mij voor veel meer mensen herkenbaar dan je zelf gelooft, en velen kunnen hier iets aan hebben.

    Het is interessant om wakker te worden uit die baseline van angst, en te merken dat je dan blijkbaar toch last had van anxiety, ook al had je het niet door. Voor mij voelde dat als een dreigend muziekje -rondzwemmende haai- dat vervangen werd door vogelgefluit. En het was pas de verandering die ik opmerkte, het eerste geluid hoorde ik niet omdat dat er altijd geweest was.

    Misschien komen er nog fijnere geluiden voor jou. Ik wens het je alvast toe.

  4. In veel mindere mate, maar wel herkenbaar! Ik vond mijn eerste job op het einde ook doodsaai, maar op een mindere dag waarop ik allee maar slechte dingen lijk te schrijven denk ik: zo slecht was het daar toch eigenlijk niet? Want daar kon ik mijn werk, en boeide het voor de rest niet. Dat dus. En dan heb ik nog niet eens een job met zot veel verantwoordelijkheid.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.