Roadtrip door Engeland: deel 4

Cornwall

We genoten van een uitgebreid English breakfast bij Tresvaskis Farm, een zelfplukboerderij die in Cornwall verder vooral bekendstaat om hun enorme selectie aan fantastisch uitziende taarten die standaard groter dan je hoofd zijn. We deden boodschappen voor een picknick ‘s middags in de farm shop, waar het moeilijk kiezen was uit al het lekker uitziende lekkers. Farm shops zijn echt helemaal de bomb, trouwens, en je vindt ze overal in Devon en Cornwall.

Daarna reden we door naar het kustplaatsje St Ives, waar ik op slag verliefd op ben geworden. St Ives is een heerlijk kuststadje vol witte huizen en steegjes, met een geweldig mooie baai met helderblauw water en wit zand, dat duidelijk ook erg geliefd is bij surfers. We brachten er een zonnige voormiddag door, maar ik had er eigenlijk nog wel langer willen blijven. Mijn Lief besteedde zijn tijd aan allerlei levensgevaarlijke toeren uithalen om close-up foto’s te nemen van water en rotsen of zoiets; en ik probeerde vooral niet te janken bij elke memorial bench met zicht op zee. Een van mijn favoriete dingen om in Engeland te doen is namelijk al die bankjes af lopen om de bordjes te lezen en me de bijhorende levensverhalen voorstellen. Zo schoon, die traditie. Bij deze: als ik dood ben, koop een bankje voor mij in St Ives en zet er iets moois op. Een bankje met dit uitzicht, graag.

Na de schoonheid van St Ives was het tijd voor iets quintessentially English: het Gnome Reserve. Een ongelofelijk silly bezienswaardigheid waar we met plezier een omweg voor maakten, want het zit diep verscholen in de bossen van Cornwall. Wat het dan precies is? Simpel: een bos met meer dan 2000 tuinkabouters. In alle vormen en maten en kleuren. Zomaar. In het bos.

En nét wanneer je dacht dat het niet creepier kon worden, kom je bij het oudste stukje tuinkabouterbos. Where gnomes come to die.

En dan was ik nog steeds niet de grootste. Hmpf.

Daarna deden we van super posh English picknick met onze boerderijboodschappen en een adorable picknickmandje met compleet servies en wijnglaasjes, dat we van mijn schoonouders mochten lenen.

Bristol

Na al het wondermooie natuurschoon van de voorbije dagen, was het weer tijd voor een goeie portie stadsleven. We reden verder naar Bristol, een stad waar ik al vaak over gehoord had maar eigenlijk niet zoveel over wist. Eerlijk is eerlijk: de eerste avond deden we niet veel meer dan op bed liggen, in het hotelrestaurant eten en cocktails drinken en dan nog een beetje op bed liggen. Roadtrips zijn vermoeiend, zeg ik u.

De volgende ochtend stonden we vroeg op om de stad te verkennen. Het centrum werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zo goed als platgebombardeerd, dus je struikelt er niet over historische gebouwen zoals in ongeveer elke andere Engelse stad. Toch is Bristol charming as fuck, een mooie mengeling van zowel de hippe moderne als de trotse historische kant van Engeland. Enkele hoogtepunten:

* Het heerlijke park op Brandon Hill, met een fenomenaal uitzicht over de stad. Ik had er duidelijk allerlei meningen over.

* Men vermoedt dat Banksy een local is, want hier is zijn werk ooit begonnen. Een van zijn oudste werken is nog steeds te bewonderen in het stadscentrum, zij het lichtjes verpest door jaloerse vandalen.

* St Nicholas Indoor Market, propvol leuke onafhankelijke winkeltjes en food stalls met eten uit alle hoeken van de wereld. Alwaar mijn wederhelft nog een paar flesjes chilisaus op de kop tikte, want why the hell not.

* Niet ver van de redelijk indrukwekkende Clifton Suspension Bridge staat, bovenop een heuvel, het Clifton Observatory. Dit is een klein museumpje met wat interessante informatie over de geschiedenis van Bristol en het gebouw, maar het (letterlijke) hoogtepunt is de camera obscura bovenin. Zelfs in tijden van Google Earth is het nog steeds wonderlijk om hier de buitenwereld op een groot scherm geprojecteerd te zien, om met je vinger alle auto’s en mensen buiten te kunnen volgen, en dat met niets meer dan een piepklein gaatje en a trick of light.

* Aansluitend kan je via Clifton Observatory ook een dertigtal meter onder de grond afdalen via een van de engste trappen die ik in mijn leven al heb gedaan (maar, granted, ik ben met mijn hoogtevrees en irrationele angst voor gaten tussen tredes ook wel redelijk snel bang op iets simpels als een trap) naar de Giant’s Cave. Volgens een oude volkslegende woonden er vroeger twee reuzen, maar die kwamen dan alleszins niet naar binnen via de ieniemini gangetjes en steile trappen die wij moesten nemen, want ja hallootjes. Het is er koud en vochtig en je moet er vooral niet op een gegeven moment beginnen nadenken over wat er eigenlijk feitelijk zou gebeuren als er brand zou uitbreken. De smalle uitgehakte gangetjes leiden uiteindelijk naar de Giant’s Cave, een natuurlijke grot met een geweldig uitzicht. Minder tof voor mensen met mijn angsten: het uitkijkplatform is volledig see-through, zodat je de volle 70 meter naar beneden kan kijken. Er hangt ook een zeer geruststellend bordje dat zegt dat je maximaal met 8 personen op het platform mag staan.

* Het tweedehands boekenwinkeltje Bloom & Curll, waar ik mijn slag heb geslagen.

* White Lion Bar voor een zonovergoten terras met het beste uitzicht van de stad.

* De kleine maar enorm cosy cocktailbar Amoebe, waar ik een cocktail dronk met zó’n enorm rokerige whiskey in dat het de rest van de avond voelde alsof ik een open haard had ingeslikt.

* The Christmas Steps, een gezellig steegje met – jawel – trappen en een geweldige mini-cinema waar ongeveer 20 man in past en je omringd wordt door VHS-cassettes. 

Random dingen die we hebben geleerd:

* 35 graden komt ook voor in Engeland. Da’s geen bijzonder aangename temperatuur om in te roadtrippen.

* Picknicken is tof zolang er geen wespen zijn. Maar wespen vinden picknicken ook tof. Dus ja.

* Het cliché van extremely polite English people klopt soms wel. De serveerster in ons hotel in Bristol was één wandelend excuus dat ongeveer elke andere zin begin met ‘sorry’. Het kind was hypernerveus – niet per se door haar job, maar gewoon uit zichzelf – en giechelde uncontrollably telkens wij ook maar een klein beetje informeel deden om haar op haar gemak te stellen. Haar andere stopwoordje was ‘cool’. Wilde ik iets drinken bij het eten? Cool. Was dat wijn? Cool. Rood, zelfs? Cool. Oh nee, had ik rosé gezegd? Sorry, sorry, sorry!

* In Cornwall snappen ze de mensheid.

* Maar in Bristol ook.

Volgende keer: de befaamde Cotswolds en Oxford.

Deel 1: Brighton & Rye

Deel 2: Salisbury, Stonehenge en Exeter

Deel 3: Devon en Cornwall

2 thoughts on “Roadtrip door Engeland: deel 4

  1. Ik vind zo’n bankje ook een heel mooie manier om iemands nagedachtenis te eren. Ik heb mijn man al laten beloven dat ik als ik er niet meer ben een bankje krijg op een mooie plek. Het uitzicht dat jij hebt gekozen ziet er niet slecht uit.

  2. Ah, Engeland, zo mooi allemaal. Hopelijk maken ze het de toeristen niet te lastig na de brexit. Om er te geraken, bedoel ik, want ik wil er nog vele keren naartoe. k kijk al uit naar je verslag over Oxford, wij waren er deze zomer ook 3 dagen.

Geef een reactie