Roadtrip door Engeland: deel 5

Cotswolds

Na Bristol reden we door de beroemde Cotswolds, die door zo veel hysterische bloggers al zo vaak zo lyrisch waren beschreven dat het in mijn hoofd een soort groot sprookjesbos vol pastelkleurige cottages en vrouwen in Pride & Prejudice-jurken met rieten mandjes zou zijn, met bomen waar suikerspinnen aan groeiden of zoiets. Niks van dat alles, though, en om eerlijk te zijn: Dartmoor National Park was stiekem nog veel mooier. Toch raad ik een ritje door de Cotswolds zeker aan. Het is gek, hoe dit soort nationale parken en areas of outstanding natural beauty in Engeland werken, want het zijn geen afgesloten gebieden waar je toegang voor moet betalen of zo. Het zijn gewoon natuurgebieden waar allerlei kleine dorpjes en gehuchtjes in verstopt zitten, waar mensen gewoon leven en anderen zomaar doorheen rijden op weg naar ergens anders. Dat snapten wij aanvankelijk niet zo goed, dus bij deze: een wistjedatje.

Een van die gehuchtjes is Castle Combe. Het moet gezegd zijn: ik was bijzonder trots op mezelf dat ik zo’n obscuur klein plekje als tip had gevonden in de krochten van het wereldwijde web. Een authentiek klein Cotswolds-dorpje, zeiden ze, met cottages die zo oud en scheef en ~echt~ zijn dat je er spontaan regenboogkleuren van gaat kotsen, AZO ADORABLE ZEG!  We trotseerden een dozijn zotte smalle kronkelweggetjes door het groen, tot we besloten om een eindje voor het dorp te parkeren en de rest te wandelen. Bleek nogal een populaire beslissing te zijn. Hoe dichter we bij het dorpje kwamen, hoe meer fout geparkeerde auto’s met buitenlandse kentekens we zagen staan. Tiens, raar, dacht ik, zou er vandaag iets te doen zijn of zo, dat er ineens zo veel volk in mijn obscure kleine hipsterdorpje was?

Niks van dat alles. Castle Combe is inderdaad een authentiek klein gehuchtje vol typische cottages met klimop en rozenstruikjes, type zo-mooi-en-schattig-dat-het-bijna-walgelijk-wordt, inclusief dorpspleintje met prieeltje en waterput en een scheef kerkje en een bruggetje met eendjes in het water (en natúúrlijk hadden ze baby’s). Maar obscuur is het allerminst. Er liepen hordes toeristen rond, allemaal driftig foto’s makend en selfies nemend en onbeleefd as fuck in tuintjes en door ramen heen kijkend. Het was alsof we in een begeleide tour op een set in Disneyland waren beland: surrealistisch. En ja, het was er mooi. Zo mooi.

Mijn Lief ging meteen aan de slag met zijn camera, maar ik vond het er écht niet tof. Ik schaamde mij, omdat ik een toerist was en zo ook deel uitmaakte van de eindeloze troepen vakantiegangers die het dagelijkse leven van de inwoners – die er nota bene woonden voor de rust – verpestten. Ik voelde mij er totaal niet op mijn gemak, hoe mooi en idyllisch het er daar nochtans uitzag. Cringy, was het. Ik was duidelijk de enige die me zo voelde, maar ik heb met mijn eigen ogen gezien en ervaren in Amsterdam hoe dit soort intensieve toerisme een prachtige plek en de hele daarbij horende community kapot kan maken, dus misschien lag het daaraan. We zijn er in elk geval maar vijf minuten gebleven.

Na de bizarre ervaring in Castle Combe reden we een beetje weary richting Lacock, een dorpje dat ik om dezelfde redenen op ons to-do-lijstje had gezet. Lacock bleek, jawel, even toeristisch te zijn, maar de lokale gemeenschap leek het wel een pak harder te omarmen. Overal stonden terrasjes en kraampjes met souvenirs of ijsjes. Lacock Abbey scheen de moeite te zijn om te bezoeken, maar de vijftien pond die ze ervoor vroegen vonden we minder hard de moeite, dus liepen we er eens omheen en keken ernaar vanuit de verte.

In een willekeurig dorpje waarvan ik de naam al niet meer weet, besloten we bij een even willekeurig herbergachtig etablissement te stoppen voor een late lunch. In de tuin troffen we zo ongeveer het halve dorp aan, chillend in het gras en op bankjes, met drankjes in de hand en bordjes heerlijk ruikend eten van een gigantische barbecue. Ons oog viel meteen op een puppy in het gras, waar we meteen vriendjes mee werden. De eigenaren van de puppy bleken bijzonder sympathieke mensen, waar we uiteindelijk dik anderhalf uur mee hebben zitten kletsen en pintjes drinken en socialmediavriendjes worden. Heel fijne namiddag.

Oxford

Tegen de avond reden we richting Oxford, of meer bepaald een dorpje in de buurt van Oxford. Daar hadden we namelijk een Airbnb geboekt, temidden de velden. Mag je letterlijk nemen, want vanuit ons raam konden we letterlijk schaapjes tellen.

We logeerden in een studio boven de vrijstaande garage van Ed en Tracey, een heel sympathiek koppel met een fluffy kat waar we linea recta op af gingen om ‘m helemaal plat te aaien. (Cat people, we’re the worst.) Toen we om restauranttips vroegen, boekte Ed meteen een tafeltje voor ons bij The Abingdon Arms. Een bijzonder restaurantje, want het werd enkele jaren geleden van het faillissement gered door de dorpsbewoners, die het sindsdien coöperatief runnen. Het was duidelijk een erg geliefde plek, vol locals, waar het inderdaad zeer gezellig en lekker eten was. Na het eten gingen we nog wat chillen in onze studio met de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van Peaky Blinders op tv.

De volgende dag brachten we door in Oxford. Ik had er best wel veel van verwacht, maar eerlijk gezegd viel Oxford een beetje tegen. Om te beginnen is het belachelijk toeristisch: elk straatje zit volgepropt met winkels vol souvenirs, georganiseerde tours of steeds weer dezelfde Harry Potter merch. De universiteitsgebouwen en -campussen zijn indrukwekkend en bijzonder mooi, maar zodra je de historische straatjes in die buurten verlaat, beland je in een lelijke mengelmoes van zielloze gebouwen uit de eighties, goedkope winkelketens en toeristische brol. Zeer vreemd.

Wel een hoogtepuntje: Blackwell’s, een geweldige boekenwinkel met een schier eindeloze reeks kamers en kasten vol boeken en trapjes die leiden naar nog meer boeken, plus een gezellige koffiebar waar je kan chillen met je boeken. Loved it. Ook tof: Divinity Hall, oftewel een indrukwekkende gotische ruimte van de University of Oxford waar enkele scènes uit Harry Potter gefilmd zijn. Jazeker, dames en heren: ik ben zo’n vrouwmens dat de films hartstochtelijk haat en elke seconde dat ze op tv te zien zijn uitgebreid gaat zagen over alle dingen die anders zijn dan de boeken, maar dan toch twee pond betaalt om een zaaltje uit een film te zien, want ja, allez ja, ik ben er dan toch hè. TYPISCH. Kweetet.

(Still hate the movies. Do not get me started. Echt waar.)

Ook de moeite waard: Thirsty Meeples, een board game café met maar liefst 2,500 bordspellen. Nadat je drankjes hebt besteld, komt er een Game Guru bij je aan tafel zitten die vraagt welke spellen je zoal graag speelt. Op basis daarvan gaat hij drie spellen voor je uitzoeken uit de gigantische collectie, die hij vervolgens kort voorstelt aan tafel, waarna je er eentje mag kiezen om te spelen. Daarna stelt hij het hele bord voor je op én legt hij alle regels uit, zodat je niet eens zelf tijd hoeft te verspillen aan de spelregels lezen. ZOTJES. Toevallig kwam hij bij ons af met een gloednieuw spel voor twee (sowieso al best wel moeilijk te vinden) van Harry Potter, dus de keuze was snel gemaakt. Het is een deck-building game, wat betekent dat het onvoorspelbaar en elke keer weer anders is. Voor de liefhebbers: ja, het is écht heel erg leuk, dus hebben we het na afloop ook meteen gekocht. Nog steeds erg content van.

Stratford-Upon-Avon

De volgende dag reden we richting Birmingham, toen ik op de kaart zag dat Stratford-Upon-Avon redelijk op de weg lag. Deed bij mijn literatuurwetenschappersbrein meteen een belletje rinkelen, dus besloten we daar ook nog een paar uurtjes door te brengen. We parkeerden bij een expo-gebouw waar blijkbaar een grote vinyl- en cd-verkoop aan de gang was, dus sprongen we ook maar even binnen. Wij zijn namelijk de enige mensen ter wereld onder de veertig die nog steeds naar cd’s luisteren én er bovendien ook nog kopen. Onze auto heeft een cd-speler en voor de roadtrip hadden we een doos vol met albums van Britse bands meegenomen. Dit was de ideale gelegenheid om er nog een paar bij te kopen, gezien er bijna niks meer dan 3 pond kostte. Mee naar huis gesleurd: 2x Royal Blood, 1x Catfish and the Bottlemen, 2x Florence + The Machine, 3x Queen en 1x Amy Winehouse.

Stratford-Upon-Avon is een mooi stadje, waar alles – uiteraard – in het teken staat van Shakespeare. Heel veel kan ik er eigenlijk niet over zeggen, behalve dat we niet naar dit kattencafé zijn geweest maar wel dikke duimpjes omhoog geven voor de naam.

Serieus: als je een dikke honderd pond over hebt om achtereenvolgens de huizen te zien waar Shakespeare geboren is, waar hij later heeft gewoond, waar zijn dochter heeft gewoond, waar zijn kleindochter heeft gewoond en waar hij ooit naar school is gegaan, dan is het zeker de moeite waard. Maar goh, zo hard boeide ons dat niet, so we didn’t.

Wel heel mooi (en gratis): het kerkhof. Verscholen in het groen, vol treurwilgen en met zicht op de rivier, kan je er graven van soms wel tweehonderdvijftig jaar bezoeken. Schots en scheef, kriskras door elkaar, rond de kerk. In de kerk kan je ook, uiteraard alweer tegen betaling, het graf van Shakespeare bezoeken. Het moet gezegd worden: ik heb het gegoogleimaged for free.

Volgende keer: vier dagen Birmingham en een paar uurtjes in Canterbury, alvorens we weer naar huis gingen.

Deel 1: Brighton & Rye

Deel 2: Salisbury, Stonehenge en Exeter

Deel 3: Devon en Cornwall

Deel 4: Cornwall en Bristol

4 thoughts on “Roadtrip door Engeland: deel 5

  1. Ik heb gisteren bij Intratuin echt zo’n gigantsch grote print gezien van die kat met haar Shakespeare-kraag. Mocht jullie appartement nog wat eyecatchers nodig hebben … je kon er echt niet naast zien. Hooray voor de nieuwe muzikale aanwinsten. Royal blood zet ik regelmatig op.

  2. Ik heb altijd geweigerd om de HP-films te zien. Eerst omdat ik nog niet alle boeken uit had. Daarna omdat het een principekwestie werd. Ik wilde niet weten hoe Harry Potter en zijn vriendjes eruit zagen voor de rest van de wereld; ik wilde mijn versies behouden. Uiteindelijk valt reclame niet te ontwijken (ik deed echt mijn best!) en kan ik niet meer ongedaan maken dat k nu weet hoe Harry, Hermelien en Ron eruit zien. Ik vind het vreselijk dat ik – nog niet zolang geleden zelfs! – heb ontdekt hoe Voldemort eruit ziet. Weeral iets dat ik uit mijn fantasie kan schrappen. Bah bah bah!
    (Gek genoeg heb ik niet hetzelfde met LOTR. Ik ben compleet zot van de films die ik alledrie meerdere keren heb gezien. De boeken heb ik één keer met moeite doorworsteld geloof ik.)

    1. Ik had echt exact hetzelfde! Ik haat dat de films mijn eigen beeld van de personages hebben veranderd. Vooral Voldemort was totaaaaaal niet zoals in m’n hoofd ☹️ En ik heb ook hetzelfde met LOTR – wat een archaïsche, trage boeken 🙄

Geef een reactie